Eva Logo
Column Hanneke: Eerlijkheid
12 april 2021 in Lijf & leven

Column Hanneke: Eerlijkheid

IJzingwekkend eerlijk of een leugentje; de kinderen van Hanneke hebben nog wat sturing nodig als het om eerlijkheid gaat.

‘Eerlijkheid duurt het langst’, luidt het gezegde. Waar dat op slaat weet ik niet precies, mijn ervaring is juist dat eerlijkheid en rechtstreekse communicatie veel kostbare tijd besparen. Opgegroeid in het westen des lands tussen zes broers heb ik geleerd niet om de hete brij heen te draaien, maar gewoon te zeggen waar het op staat. Glashelder zeggen wat je bedoelt, dan weet iedereen waar hij of zij aan toe is.Iets van die mentaliteit heb ik kennelijk aan mijn oudste zoon meegegeven. Die is dan ook goudeerlijk. Alhoewel, zo nu en dan kan zijn eerlijkheid wellicht net een tikje subtieler.

IJzingwekkend eerlijk

Op zaterdagochtend mag het hele nageslacht altijd even bij papa en mama in bed. Reuzegezellig.  Zoonlief kruipt genoeglijk tegen mijn door de nacht licht verkreukelde lijf aan, zijn koude voeten warmend tegen mijn been. Ik geef hem een knuffel en zeg iets aardigs. ‘Wat ben je toch een lieverd’ of wat voor liefkozende woorden je een kind zoal toefluistert. Zijn antwoord: ‘Tjónge mama, wat stink jij uit je mond!’ IJzingwekkend eerlijk, dat kind.

‘Grappig toch, dat je hem nu dubbel hebt?’

Op zijn kinderfeestje kreeg hij een doosje Lego. Binnen een bepaalde prijscategorie is er dan een kans van ongeveer een op drie dat je die al hebt als je toevallig net jarig bent geweest en gek op Lego bent. En ja hoor: deze zat al in zijn collectie. Maar in plaats van vriendelijk te glimlachen en de gulle gever allerhartelijkst te bedanken, zei hij met een stalen gezicht: ‘Hé, die heb ik al!’ Ik haalde ergens wat sociale skills achteruit een laatje in mijn hoofd en probeerde de boel te sussen door te zeggen dat je er vast ook wel iets anders van kunt bouwen. En dat Lego sowieso altijd leuk is. Bleek allemaal overbodig, want de gever was ook een jongen en ook acht en voelde zich in de verste verten niet gekwetst. ‘Grappig toch, dat je hem nu dubbel hebt?’

Soorten eerlijkheid

Er is ook eerlijkheid die slecht begint en goed eindigt: ‘Mama, met papa op stap gaan is veel leuker dan met jou. Máár: jij knuffelt weer veel lekkerder.’ Ha, het is wel ergens goed voor dat ik geen baard heb.

En er is openbare eerlijkheid. Die heeft hij van mij, maar ik doe dat dan rechtstreeks naar degene op wie ik wat aan te merken heb en hij doet dát dan vreemd genoeg juist weer indirect. Dat gaat dan bijvoorbeeld zo: we rijden met de fiets op een steile heuvel een fietstunneltje uit. Voor ons een moeder met kind die zo tenenkrommend langzaam fietsen dat het een wonder is dat ze niet achteruit weer naar beneden zakken. Zoon en ik hangen daar zo’n beetje achter en proberen dapper overeind te blijven, wat bij gebrek aan vaart een hele uitdaging is. Zoon (op weinig discreet volume): ‘Ja, sorry hoor mama, maar ik kan echt niet harder. Die vrouw voor ons fietst zó belachelijk langzaam!’

Niks tegenin te brengen natuurlijk, maar dat werd toch even een pedagogisch momentje ergens op een stoep toen de moeder met kind uit zicht was verdwenen. Iets over dat je sommige dingen beter alleen maar kunt denken in plaats van ook nog zeggen. Wat dan weer best lastig is als je, zoals mijn zoon, een moeder hebt die ook alles er gewoon uit flapt.

Liegen

Niet alleen met mijn zoon had ik een pedagogisch momentje over eerlijkheid. Ook mijn kleuterdochter had wat bijsturing nodig. Maar dan juist weer de andere kant op.

'Ze loog dat ze barstte.'

Van de ene op de andere dag had ze ontdekt dat je naast de waarheid vertellen ook kunt liegen.

Het komt regelmatig voor dat er iets kwijt of stuk is. Of een ruimte in huis is vrij plotseling in een ontplofte vuilnisbelt veranderd. Als zij een van de verdachten was, dan vroeg ik haar of zij er meer van wist. Ik moet haar nageven dat haar ogen nog even eerlijk waren als altijd, maar haar mond was minder deugdzaam bezig. Terwijl haar ogen zich in de meest fascinerende bochten wrongen om mij niet aan te hoeven kijken, vertelde ze mij dat zij echt waar niks had gesloopt of kwijt had gemaakt. En dat zij ook geen rommel had gemaakt.

Ze loog dat ze barstte.

Ik balen natuurlijk, dat was niet wat ik haar wilde leren.

Het duurde even voor ik het door had, maar uiteindelijk ontdekte ik dat ze bang was dat ik boos werd. En het duurde ook even voordat zij doorhad dat ik veel bozer word van liegen dan van rommel of speelgoed dat stuk of kwijt is. Ik beloofde haar om niet (al te) boos te worden, mits ze eerlijk zou zijn. Dat hielp en het liegen ging weer over.

Snijdend eerlijk of glashard liegen: beide kinderen hadden een duwtje in de goede richting nodig.

Maar als ik dan toch moet kiezen tussen waarheid en leugen, kies ik zonder aarzelen voor de waarheid. Ook als die hard is. Wel zo duidelijk, wel zo direct. Eerlijkheid duurt het kortst.

Lees ook de column van mama Mirjam over hun dochtertje Livia die downsyndroom heeft