Eva Logo
Jasmijn
1 april 2021 in Rouwverwerking

Gerlinda verloor haar pasgeboren baby

Als Jasmijn op de borst van Gerlinda wordt gelegd, lijkt haar pasgeboren dochter kerngezond. Maar al snel blijkt dat Jasmijn ernstig ziek is. Haar levensverwachting: vier tot acht weken. Gerlinda: “Aan onze oudste dochter vertellen dat haar zusje dood zou gaan, was het heftigste dat ik ooit heb gedaan.”

“Ze is er en ze leeft, dacht ik toen Jasmijn op mijn borst werd gelegd. Ze begon direct hard te huilen. Alles wat ik die maanden ervoor niet had gevoeld, voelde ik nu wel. Ik knapte bijna uit elkaar van liefde.”

De wens van Gerlinda en haar man Aalt voor een broertje of zusje voor hun dochter Emmely is groot. “De kans dat ik spontaan zwanger zou worden, bleek klein. Mijn man en ik besloten om een fertiliteitstraject in te gaan. Na een pittige, niet succesvolle ICSI-behandeling namen we even pauze. Ik kreeg vage klachten en deed een zwangerschapstest. Ik was spontaan zwanger geworden! We konden het niet geloven, zo blij waren we.”

Bang voor de bevalling

De zwangerschap verloopt volgens het boekje. “De controles en twintigwekenecho zagen er prima uit. Ondertussen zat ik zelf steeds minder lekker in mijn vel. Ik was somber en voelde me steeds depressiever worden. Ik herkende mezelf niet meer. Ook voelde ik me totaal niet verbonden met de baby in mijn buik. Ik was heel bang voor het moment dat ons kindje zou komen: wat nou als ik niet van haar zou houden?”

Op 7 september 2020 wordt Jasmijn geboren. “Het viel me op dat ze niet gelijk mooi roze werd, maar dat duurt bij de meeste baby’s even. Toen Jasmijn bij Aalt op de borst lag, klonk haar ademhaling als kreuntjes. Misschien doordat ze in het vruchtwater had gepoept, was de verklaring. Jasmijns saturatie was niet kritiek, maar ook niet heel goed. Ik bleef maar vragen: ‘Klopt dit wel?’, dus werd de kinderarts erbij geroepen. Hij nam Jasmijn mee voor een paar onderzoekjes. Aalt ging met haar mee en ik dacht: dat komt wel goed.”

Aan de beademing

Als Gerlinda na twee uur naar de kinderafdeling wordt gereden, schrikt ze enorm. “Jasmijn lag aan een heleboel kabeltjes in de couveuse, met zes man om haar heen. In paniek riep ze heel hard: ‘Het komt toch wel goed?’ Jasmijn werd naar een meer gespecialiseerde afdeling verplaatst. Ineens lag ze aan de beademing en kreeg ze morfine en slaapmedicatie. Emmely kwam op bezoek, maar mocht haar zusje niet zien, in verband met het coronavirus. Toen ik een paar dagen later uit het ziekenhuis werd ontslagen, voelde ik me verscheurd tussen Emmely en Jasmijn. Elke keer als we in het ziekenhuis kwamen, voelde die gang naar haar kamertje zo ontzettend lang. Ik moest Jasmijn eerst zien, dan pas kon ik weer ademhalen.”

Op een avond wordt Gerlinda gebeld door het ziekenhuis. “Ik schrok me rot. Jasmijn had zelf de beademing losgetrokken, maar het ging eigenlijk best goed. De slaapmedicatie en morfine werden afgebouwd. Na een dag werd ze zo benauwd, dat alles weer werd aangesloten. Weer werd Jasmijn onderzocht, maar ze konden niets vinden. Daarom werd er een DNA-onderzoek opgestart. Al die onzekerheid was slopend.”

‘Ik knapte bijna uit elkaar van liefde’

Omdat Jasmijn zich bij haar ouders het beste kan ontspannen, wordt ze af en toe op hun borst gelegd. “Dan sloot ik me helemaal af; ik had alleen maar aandacht voor Jasmijn. Elke dag ging het een klein beetje beter. Totdat de arts ons de uitslag van het DNA-onderzoek gaf. Van dat gesprek kan ik me elke seconde herinneren. Jasmijn bleek een zeldzame erfelijke longziekte te hebben, die Aalt en ik allebei droegen. Haar longen konden een bepaald stofje niet aanmaken, waardoor ze steeds te weinig zuurstof had. Haar levensverwachting: vier tot acht weken.”

Kon ik maar ruilen

“Het was letterlijk alsof alles instortte. Dit kan niet, dacht ik. Alles aan Jasmijn was perfect; alles was af, alles was er klaar voor, alleen dat ene eiwitje ontbrak. Kon ik maar met haar ruilen. We moesten Emmely’s hart breken en vertellen dat haar zusje dood zou gaan. Het was het heftigste wat ik ooit heb gedaan. Ik vertelde Emmely dat Jasmijn haar best deed, maar dat het haar niet lukte om goed te ademhalen. ‘Oh, maar dan gaat ze dood’, was haar eerste reactie. Ze ging even spelen. Na een halfuur barstte ze in tranen uit en raakte ze in paniek. Ineens leek het tot haar door te dringen.”

‘Aan onze dochter vertellen dat haar zusje doodging, was het heftigste dat ik ooit heb gedaan’

Om als gezin afscheid te kunnen nemen van Jasmijn, wordt er een aparte kamer vrijgemaakt. “Daar ontmoette Emmely haar zusje voor het eerst. Ze was zo lief en zorgzaam. Jasmijn was nog nooit zo ontspannen geweest. Zelfs toen Emmely op een behoorlijk volume ‘Je hoeft niet bang te zijn, al gaat de storm tekeer’ inzette. Op de IC kon Jasmijn nauwelijks prikkels hebben, maar van haar zusje kon ze alles hebben. Onze dominee mocht naar het ziekenhuis komen om Jasmijn te dopen.”

Trots en wanhoop

Via stichting Still komt Marjan Laban (haar verhaal lees je hier) foto’s maken van het gezin. “Marjan heeft zúlke mooie foto’s van ons gezin gemaakt. De trots, het verdriet, de wanhoop: soms zie je alles tegelijk in één foto. Het is het meest waardevolle cadeau dat je op dat moment kunt krijgen.”

Jasmijns ademhaling wordt steeds zwakker, maar haar hartje klopt nog lang door. “Ze was zo aan het vechten. Af en toe moest ik de kamer even verlaten. Ik schreeuwde naar de hemel: Wat moeten we nu? Komt er nog een wonder?’ Het voelde egoïstisch om Jasmijn aan te moedigen om te blijven vechten. Ze kón gewoon niet meer. Hoe meer ze achteruitging, hoe meer pijn ik in mijn lichaam voelde, alsof iemand met een beitel in mijn hart sloeg. Het was net een bevalling, maar dan andersom, zei een verpleegkundige. ‘Als het echt niet meer lukt, dan mag je gaan’, zei ik tegen haar. Ze lag op de borst van Aalt, terwijl ik haar handjes vasthield, toen ze overleed. Het was het meest intieme moment dat je mee kunt maken.”

Met z’n viertjes op de achterbank, met Jasmijn in een mooi mandje, wordt het gezin naar huis gereden. “We waren zulke trotse ouders en wilden haar nog zo graag aan mensen laten zien. Iedereen die langskwam, was verbaasd hoe perfect ze eruitzag. We knuffelden met Jasmijn en Emmely kamde elke avond haar haartjes. De uitvaart was klein en lief, met een paar dierbaren.”

‘Het beste dat je kunt doen, is erkennen dat Jasmijn heeft bestaan’

Gewoon doorleven

Gerlinda wil met haar verhaal een taboe doorbreken. “Natuurlijk snap ik het als iemand wegduikt in de winkel. Maar het beste dat je kunt doen, is erkennen dat Jasmijn heeft bestaan. Ze is geboren, Emmely is een grote zus geworden, wij zijn opnieuw ouders geworden. Het feit dat Jasmijn is overleden, verandert daar niets aan. Met de dood van Jasmijn hebben we een deel van onszelf en van onze toekomst verloren. Hoe ik denk, hoe ik slaap, hoe ik ademhaal; sinds Jasmijn dood is, voelt het allemaal anders. Ondanks de pijn en het verdriet, verdient Emmely dat we ook weer ‘gewoon’ doorleven.”

Jasmijns dooptekst, die ook tijdens de uitvaart werd genoemd, is: ‘Ik heb je naam in beide handpalmen gegraveerd’. “Ik kan niet geloven dat Jasmijn hier voor niks is geweest. Dat haar leven domme pech of toeval zou zijn. Ik begrijp niet waarom God dit heeft toegelaten, maar ergens geeft het me rust dat Jasmijn nooit uit Zijn vaderhand zal vallen. Wij missen haar heel erg, maar heeft het nu beter dan wij ons ooit voor kunnen stellen.”

Lees ook: Baby Mirre sterft 2 dagen na haar geboorte

Beeld: Marjan Laban