Eva Logo
20 juli 2021 in Lijf & leven

Column Hanneke: Heimwee

Ieder jaar wanneer het voorjaar vordert, belandt mijn huwelijk weer even in een onvermijdelijke crisis. Geen grote crisis hoor. Maar zo zeker als de zomer nadert, zo zeker overvalt ons ook ieder jaar weer de vraag: ‘Waarheen gaan we op vakantie?’ Die vraag is een jaarlijkse garantie op debat, zuchten, mogelijkheden aandragen en uiteindelijk tot een compromis komen waarmee we allebei kunnen leven.

Balkonië

Wat mij betreft gaan we naar Balkonië of bij gebrek aan balkon naar Tuinesië. Dat gedóe van alles inpakken, uren en uren in de auto met zeurende kinderen, de hele vakantie van alles en nog wat kwijt zijn, slapen (lees: wakker liggen) in een vreemde omgeving en dan als afsluiting van het feest nog de oneindige berg zweterige vakantiewas om weg te werken...pfff. Ik kan er in mei al tegenop zien.

Mijn man daarentegen zou het liefst iedere zomer kriskras door Europa trekken om zoveel mogelijk te zien. Achter iedere bocht in de weg ligt tenslotte weer een nieuw avontuur. Er zijn zoveel fantastische plekken te ontdekken en de wereld is prachtig. Elke dag van de vakantie die je thuis doorbrengt is er volgens hem één te veel. Woeste kusten in Noorwegen, lieve dorpjes in Italië en mysterieuze bergen in Schotland lokken hem als een kind naar een snoepwinkel.

Tussen die uitersten van vakantiewensen moeten we dus een middenweg zien te vinden, wat getuige ons tienjarig huwelijk heel aardig lukt. Wees gerust, we redden het nog zonder mediator.

‘Ik wil zielsgraag op vakantie. Het probleem is alleen: ik heb zo’n last van heimwee’

Wat daarbij helpt is dat ik diep in mijn hart eigenlijk óók heel graag al die prachtige plekken zou willen ontdekken. Eigenlijk zou ik zielsgraag de Schotse Hooglanden doortrekken of een roadtrip naar Sint Petersburg maken. Het probleem is alleen: ik heb zo’n last van heimwee.

In de aanloop naar de vakantie denk ik nog best dapper met manlief mee over de bestemming van onze reis. Maar naarmate de plannen concreter worden - en de angst voor het onbekende toeneemt - begin ik er andere suggesties in te gooien. ‘Ik vind de duinen bij Renesse zo mooi, is dat niet wat?’ of 'Twente hè, dat ken ik eigenlijk helemaal niet zo goed. Volgens mij kan je daar ontzettend leuk fietsen.'

Vorig jaar is hij erin getrapt, geholpen door corona. ‘Laten we dichtbij huis blijven, dan lopen we minder risico op quarantaine,’ troefde ik. Dat werkte. We kwamen niet verder dan de Utrechtse Heuvelrug.

Buitenland

Dit jaar heb ik dat weer geprobeerd natuurlijk, maar het houdt een keertje op.

‘Nee, ik wil echt naar het buitenland dit jaar.’

Ik wil die elf jaar huwelijk wel graag halen zonder mediator, dus er zat niks anders op dan meebewegen.

Gelukkig weet ik dat het altijd weer goed komt. Daar heb ik inmiddels ervaring mee. Allereerst geniet ik toch maar gewoon mee met de plannen. Ik kijk naar de plaatjes in de reisgidsen en denk ‘Ach, ziet er ook best mooi uit eigenlijk. Niet zeuren, lekker meegaan en genieten van dat het kan.’ Als de reis nadert, neemt de spanning toe. Eenmaal op de plaats van bestemming kies ik er met mijn hoofd voor om ervoor te gaan en mij over te leveren aan wat er gaat komen. Maar na een paar nachten slecht geslapen te hebben begin ik ongemerkt toch alweer de nachten af te tellen.

‘Mijn man en ik slaken allebei een zucht’

‘Nog even doorbijten, dan kunnen we weer naar huis,’ houd ik mijzelf keer op keer voor, terwijl ik mij tegelijk rot voel dat ik zo ondankbaar doe en zo’n slechte genieter ben. Juist omdat ik eigenlijk naar huis wil, doe ik mijn best om mijn omgeving te zien en onder de indruk te zijn van hoe schitterend die is en blij te zijn met de tijd die we als gezin samen krijgen. Gelukkig lukt dat meestal best goed.

Uiteindelijk komt de dag van vertrek. Als alles in de auto zit slaken mijn man en ik allebei een zucht. De een van opluchting, de ander omdat hij baalt dat het er alweer opzit. Eenmaal thuis en verlost van de was, kijken we een paar weken later samen naar de foto’s op de laptop en blikken terug. ‘Dat was echt een mooie vakantie hè! Volgend jaar weer?’ zeggen we dan tegen elkaar. En we menen het allebei oprecht. In ieder geval tot volgend voorjaar...