Eva Logo
113 Zelfmoordpreventie
9 september 2021 in Hoofd & hart

Marjolein werkt bij 113 Zelfmoordpreventie

Elke dag overlijden er in Nederland vijf mensen door zelfdoding. Stichting 113 Zelfmoordpreventie is er om suïcide te voorkomen: mensen met suïcidale gedachten en hun naasten kunnen hier 24/7 terecht. Marjolein, hulpverlener bij 113 en ervaringsdeskundige, vertelt over haar werk en geeft tips hoe je omgaat met mensen die nadenken over suïcide.

Stichting 113 Zelfmoordpreventie biedt hulp in de vorm van een 24/7-hulplijn en therapie. Junior hulpverlener Marjolein (25) houdt zich bezig met beide. Via de hulplijn kunnen mensen bellen of chatten met medewerkers. Vaak doen ze dat vanuit een crisissituatie: ze hebben bijvoorbeeld een paniekaanval of zijn volledig somber. Belangrijk voor de medewerkers om hen goed te woord te kunnen staan. En daar doen ze bij 113 alles aan. “Als je gebeld wordt, loop je naar een belhokje, dat is ingericht met een plantje, kleed en bankje”, vertelt Marjolein. “Dat is anders dan een callcenter: er wordt gezorgd dat je goed met iemand in gesprek kan gaan.”

Op een therapiedag spreekt Marjolein meestal vijf of zes cliënten, per telefoon of chat. “Ik voer de gesprekken zelf, maar kan alles meteen bespreken met mijn begeleider, een GZ-psycholoog. Elke dag komen alle psychologen bij elkaar om bepaalde casussen te bespreken, zodat iedereen voldoende hulp krijgt.”

Warm bad

“We starten de dag met een rondje: hoe zit iedereen erbij? Een ervaren floormanager houdt in de gaten hoe het gaat op de vloer. Als je hele dag in gesprek bent met suïcidale mensen, kan het je soms meer raken als je zelf niet lekker in je vel zit. 113 is echt een warm bad. Als je een moeilijk gesprek hebt gehad, kun je bij iedereen terecht. Soms moet je zelf huilen, je hoort heftige verhalen. Ook is er ruimte voor humor, dat maakt het luchtiger. Er is een ruimte om even bij te komen met een pingpongtafel, voetbaltafel en dartbord.”

‘Soms moet je huilen, je hoort heftige verhalen’

“Ik zorg dat ik uitgerust aan m’n werk begin. Op de vloer maak ik vaker een ommetje en pak ik een theetje tussendoor. Ik vind het belangrijk om tussen cliënten tijd voor mezelf te hebben. Als mensen in de wachtrij staan bij de telefoon wil ik het liefst meteen opnemen, maar ik moet mijn grenzen in de gaten houden. Dat is een leerpunt geweest: de hulpvrager heeft meer aan mij als ik goed voor mezelf zorg. Aan het eind van de dag doen we weer een rondje. Daardoor kan ik het goed afsluiten.”

Gesprek

Iedere hulpverlener heeft andere technieken in een bel- of chatgesprek met een hulpvrager. “Eerst probeer ik te achterhalen waarom de persoon contact opneemt: zit hij of zij zelf in een crisis, of is het een nabestaande of naaste? Ik wil dat iemand zich gehoord voelt. Dat menselijke aspect is heel belangrijk in ons werk. Daarna moet ik veiligheidsvragen stellen. Heeft iemand al een poging gedaan, moet diegene nu al naar het ziekenhuis. Afhankelijk van hoe iemand er bijzit, ga ik het gesprek aan of motiveer ik diegene om andere hulp in te schakelen, zoals de huisartsenpost.

Ik vraag vrij snel waar iemand behoefte aan heeft. Vaak weten mensen dat niet; dan willen ze gewoon gehoord worden, zonder dat er oplossingen komen. Het gaat in veel gevallen om een beetje houvast, weten hoe ze de nacht moeten doorkomen bijvoorbeeld. Sommigen vragen of je wil langskomen. Dat kan ik niet bieden, dat moet ik helder communiceren. In het gesprek ontstaat er ruimte om er weer tegenaan te kunnen. Ik vertel wat ze kunnen doen na het gesprek: even een rondje lopen, een warme douche nemen, een film kijken. Sommigen willen meer informatie: word ik niet opgenomen als ik de huisarts bel, mis ik niet mijn zeggenschap?”

‘Als je diep zit, wil je niet dat iemand positief doet. Dan wil je dat iemand in de duisternis bij je komt zitten’

“Ik luister open en zonder oordeel, dat vind ik heel belangrijk. Dat is niet ‘positief doen’. Als ikzelf zo diep zit en iemand praat alleen maar over positiviteit, dan heb ik daar niets aan. Ik heb liever dat iemand in de duisternis bij mij komt zitten, zodat je niet alleen hoeft te voelen. Ik laat dat van de hulpvrager afhangen. Voor positiviteit is soms ruimte, maar vaak hebben ze er geen behoefte aan. Ik vind het wel mooi om positief af te sluiten: ‘Knap dat je hebt gebeld’ of ‘Je ouders klinken wel heel waardevol voor je’ – maar eigenlijk alleen als ze dat zelf al hebben gezegd.”

Wat ik het heftigste vind, zijn jonge kinderen die al zover zijn dat ze niet meer willen leven. Kinderen van twaalf, dertien jaar die al zóveel hebben meegemaakt... Heel fijn dat ze contact zoeken, maar het is echt niet altijd gemakkelijk om hen te helpen. Dan zeg ik ‘Ik kan me voorstellen dat het een gevecht is, er komt veel op je bord.’ Luisteren kan veel helpen, maar soms hoop ik dat ik meer kon doen.”

Eigen ervaring

Zelf krijgt Marjolein ook al jong te maken met suïcidale gedachten. Vanaf haar dertiende wordt ze angstig, vanaf haar vijftiende komt daar een depressie bij. “Ik ging mezelf pijn doen, dat ging steeds meer richting suïcidale gedachten. De gedachte ‘Ik kan er altijd nog uitstappen’ gaf een bepaalde rust. Dan lag de controle weer bij mij.”

Op haar twintigste worden die gedachten heel concreet en doet ze een poging tot suïcide. “Toen heb ik met 113 gechat. Ik kan me er niet meer heel veel van herinneren, maar het ging niet goed met me. Op de chat hadden ze snel door dat er hulp moest komen. De medewerker heeft me gemotiveerd om de huisarts te bellen en te vragen naar de crisisdienst. Een helder stappenplan – ‘Dit kan ik’, dacht ik. Het is de start geweest van een proces waardoor ik gelukkiger in het leven sta.”

‘Ik wil hoop geven: ik heb zelf twee pogingen gedaan, maar sta nu goed in het leven’

Marjolein besluit psychologie te gaan studeren, in de richting kind en jeugd. “Ik vind het interessant dat de een zich gelukkig kan voelen en de ander superongelukkig. Wat maakt nou dat verschil? Dat zijn interessante puzzelstukjes. Ik wil het verschil kunnen maken voor anderen, zodat ze niet hetzelfde door hoeven te maken als ik. Ik had nooit verwacht dat ik ooit aan de andere kant van de tafel zou zitten, maar nu hoop ik mijn kwetsbaarheid in te kunnen zetten als kracht.

Ik ben niet blij dat ik het heb meegemaakt, maar door mijn ervaring kan ik hulpvragers wel goed begrijpen en me inleven in hun situatie. Je bent lotgenoten. Ik wil ze hoop geven: ik heb zelf twee keer een poging gedaan, maar ben er wel uitgekomen. Nu heb ik een eigen woning en sta ik goed in het leven.”

Tips als iemand suïcidale gedachten heeft

Ten slotte geeft Marjolein tips voor als je iemand in je omgeving kent met suïcidale gedachten. “Het allerbelangrijkste is om het gesprek aan te gaan. ‘Ik heb het idee dat je niet goed in je vel zit, kunnen we daarover praten?’ Luister zonder oordeel. Mensen zijn vaak bang dat ze door de vraag te stellen, anderen juist op het idee brengen. Maar uit onderzoek is gebleken dat dat zelden het geval is. Als je zorgen maakt, wees er open over. Kijk naar de mens achter het probleem. Iedereen is z’n eigen unieke zelf, die er mag zijn.

Als je je zorgen maakt dat het snel gaat gebeuren, dan mag je gewoon 112 bellen. Ook mag je als naaste altijd naar 113 bellen voor tips. Je maakt behoorlijk wat mee, je moet niet te veel alleen doen.”

Heb je suïcidale klachten of ken je iemand in je omgeving? Praat er anoniem en vertrouwelijk over met de hulpverleners van 113 via de telefoon of chat. Bel 113 (gratis: 0800-0113) of chat via 113.nl

Lees ook: Depressie: 'Ik ben niet geschikt voor dit leven'