Eva Logo
bijbels smokkelen
11 november 2021 in Geloof

Jan en Diny smokkelden samen met hun gezin Bijbels

Jan (70) en Diny (66) zijn 31 en 27 jaar oud als ze begin jaren 80 samen met kun kinderen naar verschillende landen in Oost-Europa reizen. Met een camper met dubbele bodem smokkelen ze Bijbels de grens over. Alles moest in het geheim en ondanks goede voorbereidingen liepen ze een keer toch tegen de lamp. Door alle spannende momenten leerden ze hun leven in Gods handen te leggen.

Diny begint geamuseerd te vertellen: “Het is een bijzonder verhaal hoe het allemaal begonnen is. We waren net naar Kampen verhuisd toen ik een botsing kreeg, omdat ik het stopbord voor de kruising over het hoofd had gezien. Ik rende naar huis om Jan te halen en toen we een paar minuutjes later terugkwamen, was de politie inmiddels ook gearriveerd. Een van de politiemannen nam ons mee om ons een aantal vragen te stellen. Toen het papierwerk afgerond was, zette hij zijn pet iets naar achter en zei tegen Jan: ‘Ken je me nog?’ Het bleek een kennis van vroeger te zijn die ook nog bij ons in de kerk zat. Het was het begin van een jarenlange vriendschap.”

Jan knikt en gaat verder: “Toen we wat meer contact kregen vertelde hij me dat ze met een aantal mannen uit de kerk bezig waren om met campers Bijbels te smokkelen naar landen in Oost-Europa en hij vroeg of ik daaraan mee wilde werken. Oost-Europa hield me al een tijd bezig. En ik liep al langer met het idee dat ik naast mijn werk zinvol bezig wilde zijn, dus toen dit op m’n pad kwam, voelde dacht echt als een roeping. Ik was er helemaal vol van!

‘Met een aantal mannen waren ze bezig om met campers Bijbels te smokkelen’

In eerste instantie was het alleen maar de bedoeling dat ik zou helpen met het laden van de campers. Ergens in een afgelegen loods vulden wij de dubbele bodems of wanden met Bijbels, kinderbijbels en andere theologische boeken. Ik raakte meer en meer betrokken bij het werk en uiteindelijk hebben we zelf ook verschillende transporten gedaan. Als gezinnetje ‘op vakantie’ gingen we dan de grens over, want dat was natuurlijk een perfecte dekmantel.”  

Waar zijn jullie allemaal naar toe geweest?

“Vooral Oost-Europese landen, zoals Tsjecho-Slowakije (het huidige Tsjechië en Slowakije, red), Roemenië, Oekraïne en Hongarije. Natuurlijk was het ook wel een beetje avontuur, maar het was ook echt gevaarlijk. Het was illegaal om op die manier Bijbels over de grens te smokkelen. In veel communistische landen was het niet verboden om christen te zijn, maar kerken kregen heel weinig ruimte, het was moeilijk om aan Bijbels te komen en contact met westerlingen was in veel landen verboden. Het was altijd spannend of je niet gepakt werd, en als dat gebeurde dan was het niet alleen gevaarlijk voor de bijbelsmokkelaars, maar ook voor de mensen die de Bijbels ontvingen. En daarnaast was het ook best wel een verantwoordelijkheid om met de kinderen op reis te gaan. Maar het leek ons zo mooi om de kerk daar te kunnen dienen!”

“Onze eerste echte reis bracht heel wat met zich mee”, vertelt Diny. “Dat was in 1982, we gingen naar Hongarije en Jan had de hele route in zijn hoofd geprent. Toen we een heel eind hadden gereden in Hongarije, sloegen we een weg in die steeds slechter werd. Het ging van asfalt, naar zandweg en toen een karrenspoor met heel veel modder. Achteraf bleek dat we een afslag hadden gemist. Jan probeerde met de camper over grasrichels te rijden, maar de camper gleed weg, zo de modder in. De camper kwam met zijn buik op het gras te liggen en hij zat muurvast. Daar zaten we dan in de rimboe van Hongarije met een camper vol Bijbels en twee kleine kinderen. In de verte dachten we het dorpje te zien waar we moesten zijn. De enige mogelijkheid was om verder te lopen. We hebben de camper biddend achtergelaten. Na uren lopen kwamen we in het donker aan bij de dominee. We hadden het bloed aan onze voeten. De volgende morgen zijn we voor half vijf uit bed gegaan om de camper uit te graven. Maar we hebben uiteindelijk wel de Bijbels kunnen afleveren!”

Wat was jullie spannendste reis?

Jan: “Dat was toch wel toen we in 1987 naar de toenmalige DDR gingen en we bij de grens tegen de lamp liepen. Daar hebben we geen één foto van, zo spannend was het.

We gingen met een volgepakt Mercedesbusje en drie kinderen op weg. Bij de grensovergang was het zo dat er eerst een lichte controle van papieren was, waarna je verder mocht rijden. Je zat dan officieel al in de DDR, maar je moest nog wel lang verschillende posten.

We hadden al ongeveer een kilometer over de Autobahn gereden toen we bij de laatste douanepost kwamen. Er kwam een grensmilitair naar ons toe en hij vroeg om onze paspoorten en rijbewijs, die hij zo in de binnenzak van z’n jasje stopte. Hij liep naar de deur van ons busje om een check uit te voeren. Hij deed de deur open en het allereerste wat hij zei, was: ‘Das is nicht original’. Foute boel dus. Hij wist dat bij normale Mercedesbusjes de vloer schuin omhoog liep naar de cabine, maar deze bus was door de vloerverhoging recht gemaakt en dat viel hem op.”

“Ik had samen met de kinderen de vloer bezaaid met speelgoed, zodat ze maar niet zouden zien dat er iets bijzonders was en het een gewone gezellig boel leek”, vult Diny aan. “Maar we moesten alles opruimen. De vloer moest leeg, de kastjes werden bekeken, de banken omhooggetild en daarna ging hij op z’n knieën zitten en inspecteerde hij de naden in de vloerbedekking. Hij deed een testje met zijn zakmes en toen hij merkte dat er iets niet klopte, stond hij op om z’n chef te halen. We keken elkaar toen aan en wisten dat het niet goed ging. In stilte baden we. De chef was een verschrikkelijk mannetje met ogen als vuurkanonnen die dwars door je heen keken.”

Jan: “Je begrijpt, ik moest de vloer openmaken. Ik deed alsof ik van niks wist, en vertelde hem dat ik de bus niet zomaar ging vernielen. Toen kwam iemand met een koevoet aanlopen. Dat was een verschrikkelijk moeilijk moment voor mij. Op deze manier zouden ze de bus sowieso vernielen, maar ik wilde ook niet dat ze de Bijbels zouden vinden. Wat moesten we doen? Dat waren echt biddende minuten.”

‘We keken elkaar aan en wisten dat het niet goed ging’

“Je moet weten dat de vloer openging met een heel slim elektrisch systeem waarbij je eerst een paar handelingen moest uitvoeren met de verlichting. Daarna kon je met een schaar in twee contactpunten die verborgen waren achter een aantal kussens de vloer openen. Toen ik de vloer voor de ogen van de militairen openmaakte, keken ze met grote ogen toe. Als die bodem opengaat en je die Bijbels open en bloot ziet liggen, dan is het net alsof er een stuk van je hart wordt afgesneden. We waren gepakt.”

Diny: “De kinderen en ik werden van Jan gescheiden. Hij had de volledige verantwoordelijkheid op zich genomen. Ik was best bang, want ik wist niet wat er met hem zou gebeuren. Ik zat met de kinderen in een aparte ruimte en ondertussen werd Jan verhoord. Het duurde uren.”

Jan: “Ik had weliswaar geen papier met informatie, maar ik had wel namen en adressen in mijn hoofd. En ik achtte die chef ertoe in staat om die informatie er desnoods met harde hand uit te krijgen. Ik kon niks anders meer dan bidden. Ons leven lag op dat moment echt alleen in Gods hand. Wonderlijk genoeg zat de dienst van de chef er opeens op en kwam er een ander, die me heel netjes behandelde. Ik werd uiteindelijk minstens vier keer verhoord en er werd grondig gesnuffeld in de boeken en Bijbels. Er gingen uren overheen, toen besloot hij mij een boete te geven. Hij gaf z’n mensen de opdracht om de Bijbels weer netjes in de camper te stoppen. En toen mochten we gaan. We werden met Bijbels en al en slechts een boete teruggestuurd. We waren verwonderd!”

Diny: “Om twaalf uur ’s middags reden we de grensovergang binnen en rond vier uur ’s nachts mochten we pas terug. Al die tijd heb ik de kinderen beziggehouden met spelletjes en liedjes en ondertussen bad ik tot God. Uiteindelijk vielen ze tegen mij in slaap. Toen we de DDR weer uit waren, hebben we eerst de auto aan de kant van de weg gezet en gedankt dat we op deze manier én met Bijbels weer terug mochten. Dat was echt een wonder; de Heere had verhoord.”

Jan: “Ja, het was echt een beproeving. Toen het gebeurde, dacht ik bij mezelf: ‘Waarom Heere?’ Achteraf hebben we gezien waarom dit moest gebeuren, want toen we terug waren kon ik heel exact advies geven hoe ze de bus beter konden verbouwen. Het Mercedesbusje heeft daarna nog een heleboel reizen naar Oost-Europa gemaakt.”

Wat hebben jullie in al die jaren vooral geleerd?

Diny: “Dat alles in je leven heel anders kan gaan dan je denkt, maar dat de Heere alles ziet en er wel een doel mee heeft, ook als je dat zelf nog niet ziet. Toen wij thuiskwamen, hebben we samen Psalm 46 gelezen. Daar lazen we, even vrij vertaald: Laat los en weet dat ik God ben. Wat er ook gebeurt, de Heere zal over je waken in gevaren. In zulke gevaarlijke situaties word je er echt bij stilgezet dat je je leven over mag geven aan Hem en erop vertrouwen dat wat Hij doet goed is!”

Lees ook over Annerieke Berg, oprichter en directeur van St. Bootvluchteling, die Lesbos bezoekt na de brand in 2020.