Eva Logo
27 december 2021 in Lijf & leven

Bijzondere bevalling: niet één, maar twee baby’s

Vijfentwintig jaar geleden is Wilma zwanger. Ondanks een grote buik, twijfelt ze er niet aan dat ze zwanger is van één kindje. Dat heeft de echoscopist immers bevestigd. Maar tijdens de bevalling blijkt dat hij het mis had. Een gebeurtenis die Wilma voor altijd heeft veranderd.

Wilma Bessem-van Dijken: “Ik geloof dat ik door mijn bevalling God heb ontmoet. Ik ben niet gelovig opgevoed. Mijn oma geloofde in God, net als mijn tantes. Maar mijn ouders deden er allebei niets mee. Ik geloofde wel een beetje, net als mijn vader deed, maar we gingen bijvoorbeeld niet naar de kerk.

Tijdens de zwangerschap was ik zo druk bezig met het zoeken naar een nieuwe woning dat ik niet echt tijd had om met God bezig te zijn. Wat wel wonderlijk was, was dat we een week voor de uitgerekende datum de sleutel kregen. Toen deed ik heel even een dankgebedje. Dat was het begin van een heel bijzondere periode, want wat er daarna gebeurde, vergeet ik nooit meer.

‘Mijn moeder had ook een grote buik toen ze mij verwachtte’

De hele zwangerschap was ik in de veronderstelling dat we één kindje verwachtten. Dat komt ook omdat de echoscopist dat had gezegd, zelfs toen mijn toenmalige partner en ik zeiden dat het leek alsof we meer voeten op de echo zagen. ‘Nee, hoor, je kind heeft gewoon lange benen,’ zei de echoscopist. Aangezien hij maar één baby had gezien, geloofde ik de rest van mijn familie niet die mijn buik zo dik vond, dat ze dachten dat ik een tweeling verwachtte. Bovendien had mijn moeder ook een grote buik gehad, toen ze mij verwachtte; ik zou vast dezelfde bouw hebben.

Mijn bevalling werd ingeleid, omdat ik eerder vruchtwater was verloren. Na een lange bevalling met veel weeën en puffen, mocht ik persen en uiteindelijk werd met een tang mijn zoon Amin geboren. De zuster maakte een injectie om de baarmoeder te laten krimpen, tot mijn moeder plotseling riep: ‘De buik is nog veel te dik en de baby is veel te klein!’ Ondertussen had de zuster de injectie al op mijn been toen ook de gynaecoloog riep: ‘Stop, er zit er nog één!’ Naakt werd Amin van mij afgetrokken en zo door mijn moeder in de wieg gelegd. De verpleegkundige die net de prik wilde toedienen, liet van schrik de injectie vallen. Het enige waar ik mij op dat moment druk om maakte, was: ik heb maar één jongensnaam.

‘De gynaecoloog riep: stop, er zit er nog één!’

Achteraf besefte ik dat mijn moeder gilde en dat de gynaecoloog ‘stop’ riep, echt een ingrijpen van boven was. Hadden ze dat niet gedaan, dan was mijn baarmoeder gaan krimpen en hadden mijn dochter Louisa – die erna werd geboren – en ik het nooit overleefd.

We gingen naar het ziekenhuis in verwachting van één kind en vertrokken naar huis met twee kerngezonde baby’s. Er kwam meteen een oergevoel: dit zijn míjn kinderen. Zo trots was ik dat ze volgroeid waren; ze waren allebei zes pond. Mijn ouders woonden in een klein dorpje, waar iedereen elkaar kent. Iedereen wist dat mijn vader opa was geworden van een tweeling. En vanaf dat moment begon iedereen babyspullen te brengen. Binnen een paar dagen had ik alles voor een tweeling bij elkaar.

Vanaf het moment van de bevalling kwam bij mij het sterke besef dat God echt bestaat en betrokken is. De tweeling is nu alweer vijfentwintig en ik leef nog steeds met dat besef dat God mijn beschermer is.”

Lees ook: Bijzondere bevalling: ‘De bevalling van mijn pleegzoon was intenser dan mijn eigen bevallingen’