Eva Logo
31 januari 2022 in Lijf & leven

Column Hanneke: 'Nooit wilde ik in zo’n afgezaagd nieuwbouwhuis wonen'

Hanneke heeft sinds haar studententijd een aantal huizen 'versleten'. Van romantische, vochtige oude huizen vol muizen tot in een onhandig ingedeeld grachtenpand. Maar alles beter dan een fantasieloos nieuwbouwhuis.

Dit jaar is het vijftien jaar geleden dat ik mijn ouderlijk huis verliet en op kamers ging wonen. Dolgelukkig was ik dat ik een betaalbare kamer vond in een huis schuin tegenover de universiteit. Trots als een pauw haalde ik die zomer de sleutel op en betrok mijn allereerste eigen stulpje. Stulpje is een lief woord voor iets wat eigenlijk een zoldertje was, achterin een ooit prachtig maar nu matig onderhouden huis van rond 1900. Een huis met een schitterende tegelvloer in de gang die gevuld was met fietsen, en een sierlijk hekwerk op een trap vol stapels post.

‘Bij thuiskomst trof ik de thermometer op min tien aan’

Als student neem je met weinig genoegen en dat was maar goed ook. Het enige comfort kwam van de gaskachels, maar die leverden naast warmte ook een hoop vocht. Met een wasrekje in diezelfde kamer en enkel glas in de kozijnen, dropen ‘s winters de ramen van de condens.

In een koud winterweekend had ik mijn kachel uitgezet, omdat ik de stad uitging. Toen ik thuiskwam trof ik de thermometer in mijn kamer met het wijzertje op min tien aan. Het is waarschijnlijk in diezelfde winter geweest dat het toilet plotseling niet meer doortrok. Hoe ik ook sjorde aan het touwtje aan de stortbak, geen druppel spoelwater te bekennen. Stortbak bevroren. Straalkacheltje gekregen van de huisbaas, en weer door(trekken).

De badkamer was voorzien van een douche, omhuld door een kleverig douchegordijn met grauwe schimmelplekken. Een wastafel ontbrak, zodat ik mezelf maar in de keuken waste. Geen idee eigenlijk wat mijn mannelijke huisgenoten daarvan vonden.

Op een dag liep ik door het huis toen er ineens water op mijn hoofd drupte. Vreemd, want op die plek was geen raam. Het water begon steeds harder te stromen en ineens bedacht een heldere geest dat het onze onovertroffen, erboven gelegen badkamer weleens zou kunnen zijn. Daar stond het water al een paar dagen vast in de douchebak. Putje geleegd, einde waterval. Je studententijd is werkelijk een uiterst leerzame tijd.

‘Het was een huis met een verhaal’

Dan de muizen. De holle muren van het huis vormden, in combinatie met een ruime voorraad makkelijk bereikbaar voedsel, een waar muizenparadijs. Zat ik rustig te studeren, kwam er zo’n smiecht doodkalm mijn muizenval leeg peuzelen. Zich van geen gevaar bewust. De enige die leek te lijden onder die vallen was ik zelf, wanneer ik mijn vinger er weer eens tussen kreeg. En áls ik dan eens wat ving, dan kwam het meest griezelige pas. De vangst moest namelijk ook weer uit de val verwijderd worden, zodat die weer kon worden ingezet voor een nieuwe ronde met nieuwe kansen. Oh gruwel en afschuw.

En toch genoot ik van dat huis. Het was een huis met een verhaal, met rare hoekjes en bijzondere details. Nooit wilde ik in zo’n afgezaagd nieuwbouwhuis wonen. Een bloemkoolwijk bewonen was verre van mij. Dat was voor saaie mensen zonder gevoel voor romantiek.

Nee, dan het jaren-20 huisje waar we introkken toen we trouwden. Lief en leuk in een sfeervol wijkje. Goed, ook daar zaten muizen en zou met drie kinderen te krap zijn geworden, maar dat was werkelijk een snoepje van een huis. Al kan het dat mijn herinnering iets gekleurd is, omdat het óók onze eerste twee huwelijksjaren waren die we daar doorbrachten. En kinderen waren er nog niet, dus over de kinderkamerpuzzel hadden we geen zorgen.

‘Ook daar zaten muizen, maar het was een snoepje van een huis’

Toch was dat geluk van niet al te lange duur, want we kregen werk in Friesland en mochten daar gaan wonen. Het werd een ruim grachtenpand op een beeldschoon plekje aan de rand van de binnenstad. Beneden werken, boven wonen. Dat is, zeker gezien de drie kinderen die hier geboren werden, net zo onpraktisch als het klinkt. Gezien de matige isolatie was het hier net als in mijn studentenhuis; ’s zomers heet en ’s winters koud. Er was weliswaar een zee aan ruimte, maar het aantal slaapkamers was desondanks beperkt tot drie. We hadden het er goed, maar voor een gezin met jonge kinderen was het niet de meest logische keuze.

Inmiddels zijn we weer verhuisd. Naar een streek met veel funderingsproblemen. Een gedegen fundering was dus een belangrijk criterium in ons zoektocht. Een huis binnen ons bereik dat hieraan voldeed was een zeldzaamheid. Dus nu wonen we waar ik nooit wilde wonen. In een burgerlijk fantasieloos huis uit de jaren ’80, in een bloemkoolwijk aan de rand van de stad. Ik kan niet anders zeggen: wat een genot!

‘Dan maar onromantisch, dan maar saai’

Gewoon een huis met de woonkamer beneden en een tuin erachter, een huis met een trap naar boven waar de slaapkamers zijn. Geen gekkigheid. Helemaal precies wat we nodig hebben. Hier géén muizen en wél isolatie en niet te vergeten mijn beste vriend: de vloerverwarming. De hele straat ziet er hetzelfde uit, en de hele wijk voldoet aan alle stereotypen, maar dat neem ik allemaal van harte voor lief. Dan maar onromantisch, dan maar saai. Ons huis voelt als een geschenk. Voorlopig krijg je mij hier niet meer weg.

Nog meer Hanneke

Hanneke is kerkelijk werker voor een dag in de week, getrouwd en moeder van twee zoons en een dochter. Tijdens alle ritjes die ze maakt naar school, zwembad, pastorale gesprekken en peuterspeelzaal, denkt ze heel wat af. Al denkend worden de grote dingen klein en de kleine dingen groot. Van het resultaat van al dat denkwerk maakt ze graag een mooi verhaal zodat ook anderen ervan kunnen genieten. Lees al haar columns hier.