Eva Logo
22 februari 2022 in Lijf & leven

Helene raakte burn-out door de zorg voor haar dochter met down

Geen seconde kon Helene de Korte (56) haar dochter Julia (20) -met het syndroom van Down- alleen laten. “Zelfs naar de wc nam ik haar mee. Als ik opstond, moest ik uitkijken dat ze haar handje niet in de toiletpot stopte,” vertelt ze. “Dit hield ik vol tot er iets ‘knakte’ in mij. Huilend belde ik het logeerhuis of ze Julia op konden halen. Ik kon niet meer en raakte burn-out.”

Twintig jaar geleden werd Julia geboren als vierde kind in gezin De Korte. “Toen ze geboren was, bleef de dokter erg lang kijken en het bleef nogal stil. Ik vroeg waar hij naar keek en hij vertelde dat Julia d’r oogjes anders stonden,” vertelt Helene. “Ik keek ook en zag het meteen. Bij alles droop het Downsyndroom eraf. Op dat moment schoot er in een seconde door me heen dat ik dit niet wilde. Direct daarna voelde ik een oer-moederinstinct. Ik zou dit meisje beschermen! Heer, help!, bad ik. En op dat moment was Hij onder, om en naast me. Een heerlijk vredig gevoel en rust kwamen over me. Het was goed zoals het was. Een bijzonder moment! Mijn man en ik keken elkaar aan en we wisten allebei dat dit kind bij ons moest komen en dan zal de Heer helpen ook. En zo mochten we het ook altijd ervaren.”

Boodschappenwagentje

Maar makkelijk was het niet, geeft Helene aan. “De zorg voor Julia was intensief. Ze was vaak ziek. Kinderen met syndroom van Down zijn bijvoorbeeld gevoeliger voor infecties. Ook had Julia vaak last van haar luchtwegen. Ze kreeg regelmatig antibioticakuren. Als die niet bestonden, had ze nu al niet meer geleefd. Daarnaast was Julia vreselijk intensief. Ze was lichamelijk snel in ontwikkeling en continu op ontdekkingstocht. Het waren tropenjaren! Alles op een meter hoogte zette ik weg. Ik kon werkelijk niets laten staan of ze rende er op af. Ze zag totaal geen gevaar. Ze sprong zo van de trap als mijn man daar met open armen stond te wachten, maar zou dit ook doen als er niemand stond. Ik moest altijd alert zijn en haar voor gevaar behoeden. Nergens kon ik met haar naartoe. Zelfs niet naar de winkel, ook al zat ze in een boodschappenwagentje. Dan gooide ze zichzelf er langs de zijkant uit om iets uit het schap te pakken. Ik kon zelfs niet alleen naar de wc, dus nam ik haar mee. Ik moest dan oppassen dat ze haar handje niet meteen in de pot stopte als ik opstond.”

‘Je kon op je vingers natellen dat er een keer een einde aan zou komen’

Om even bij te komen, konden Helene en haar man jaarlijks twee dagen weg. “Lieve mensen uit onze kerk pasten dan in ons huis op. De eerste nacht sliep ik dan erg onrustig. Ik droomde dat Julia Lego in haar mond stak, een knikker zag liggen of dat ze opeens op een hete theepot dook. Die nachtjes waren broodnodig. Ik denk dat ik het daardoor zo lang volhield,” vertelt Helene. “Negen jaar hield ik deze intensieve zorg vol. Julia werd in de loop der tijd iets minder intensief, maar ik bleef altijd op mijn hoede. Tel daarbij de andere drie kinderen op, waarvan de oudsten begonnen te puberen en waarvan er twee de diagnose ADHD hebben. Daarnaast hadden we een eigen akkerbouwbedrijf, een constructiebedrijf en een minicamping. Ook deed ik nog vrijwilligerswerk bij de voedselbank en voor Dorcas. Je kon dus op je vingers natellen dat er een keer een einde aan zou komen. Dat zeg ik nu achteraf, maar toen ik in die voortdenderende trein zat, dacht ik dat ik alles goed aan kon.”

Glutenvrije broodjes

In de zomer van 2010 was Helene erg moe en had ze veel slaap nodig. “Julia merkte mijn moeheid en claimde me steeds meer. Ik had werkelijk geen seconde meer rust en snakte naar een vrij moment. Er ‘knapte’ iets in mijn hoofd toen Julia verkouden was en steeds uit bed kwam, omdat ze zo’n last van haar keel had. De volgende morgen besefte ik dat mijn elastiekje geknapt was en dat het zo niet langer kon. Huilende belde ik het logeerhuis op, waar Julia overdag en in de vakanties regelmatig heen ging. Ik vroeg of ze de zorg even over wilden nemen. De volgende dag haalde ik haar, maar ik kon niet meer. Het was echt op. Er volgde een crisisopname in een ander logeerhuis. Huilend bakte ik haar glutenvrije broodjes nog en schreef ik op wat er allemaal aan zorg nodig was. Mijn zus bracht haar weg, zelf kon ik het niet. Dat was zo verdrietig! Eigenlijk een soort rouw. Ik kon haar zes weken niet zien, omdat ik zo moe was. Tegelijkertijd voelde het dubbel. Want ik was ein-de-lijk vrij. Ik kon weer gewoon even rustig in bad of alleen naar buiten. Helaas werden dit soort opmerkingen van mij door sommigen verkeerd uitgelegd en werd ik veroordeeld omdat ik mijn kind uit huis deed. Dat doet pijn.”

'Ik lag soms te trillen in bed met een hartslag van 200'

Helene was erg overspannen en moe. “Ik was burn-out. Scheuten adrenaline wisselden zich af met eindeloze moeheid. Ik sliep heel veel en slikte veel Valeriaan om de spanning kwijt te raken. Ik lag soms te trillen in bed met een hartslag van 200. Maar God was erbij. Als ik ’s nachts wakker schrok, erg verdrietig was en me schuldig voelde richting mijn kind dat er niets van snapte, kwamen er oude Psalmen in mij op, zoals: ‘Maar de Heer zal uitkomst geven’. En dat deed Hij! Niet spectaculair, maar als een liefdevolle Vader. Steeds op de juiste tijd kwam er een oplossing.”

Troost geven

Inmiddels - elf jaar later - is Helene voor tachtig procent genezen van haar burn-out. “Ik ben een dankbaar mens. Julia komt elke woensdagmiddag thuis en is hier van zaterdagmiddag tot zondag. Ze is puur en oprecht. Soms zorgt dat voor gekrulde tenen, want ze kan zomaar aan iemand met een dikkere buik vragen of er een baby in zit,” glimlacht ze. “Maar ze gaat ook spontaan naar mensen toe waarvoor wij een blokje om zouden lopen. Ze voelt precies aan of iemand verdrietig is. Ze heeft daar duidelijk een extra zintuig voor. Dat is een van haar taken op aarde: troost geven. Daarnaast gaat ze vier keer per week naar een zorgboerderij, waar ze getuigt van haar geloof in de Here Jezus. Ze stopte onlangs weer een brief met hartjes erop voor Hem in de brievenbus. Verder zwaait ze soms naar Hem door het raam en doet ze deur open en roept welterusten als ze gaat slapen.”

‘Het is heel verdrietig om je kind op zo’n manier uit huis te moeten plaatsen’

Omdat Helene zo goed weet wat een burn-out is, ziet ze het als taak om anderen erop te wijzen dat ze genoeg tijd voor zichzelf moeten nemen en grenzen aan moeten geven. “Ik waarschuw anderen dat ze het niet zover moeten laten komen als ik. Want het is echt heel verdrietig om je kind op zo’n manier uit huis te moeten plaatsen,” vertelt ze. “Naast onze minicamping De Hofwei in Biggekerke verhuur ik sinds 2020 een vakantiewoning die van oktober tot april heel rustig en stilgelegen is. Iemand uit mijn omgeving die ook met een burn-out kampt, vlucht regelmatig even naar mijn huisje. Ik zou het graag meer willen verhuren in de winter aan collega ‘burnies’, oververmoeide moeders of aan mensen die rustig nodig hebben. Omdat ik weet dat je alleen tot rust kunt komen als je echt even alleen bent. En omdat ik weet hoe het voelt om helemaal op te zijn. In ons huisje kun je echt tot rust komen. Je kunt er heerlijk wandelen en spanningen kwijtraken. Het geeft mij veel voldoening als ik dat anderen kan bieden.”

Lees ook: 'Maykes man kreeg een burn-out'