Eva Logo
diabetes type 1
28 december 2019 in Lijf & leven

'Mijn dochter heeft diabetes type 1'

De dochter van Brenda (40) was veertien toen ze verontrustende klachten kreeg. Duizeligheid, verminderde eetlust, extreme vermoeidheid en gewichtsverlies verergerden zich. Tijdens een onderzoek bij de huisarts was haar suikerwaarde zo hoog dat Anne (15) met spoed naar het ziekenhuis werd gestuurd. Ze bleek diabetes type 1 te hebben.

Brenda: “Tijdens de zomervakantie van 2018 traden de eerste verschijnselen van diabetes Type 1 bij mijn dochter op. Ze was de eerste weken van de vakantie bij haar vader en stuurde mij een Whatsappje waarin ze aangaf dat ze zich zo duizelig voelde en extreem vaak moest plassen. Ik adviseerde haar om met haar vader naar de dokter te gaan voor een onderzoek. Vanwege de afwezigheid van onze eigen dokter, kreeg Anne een vervangend huisarts.

Na de klachten van Anne te hebben aangehoord, zei de dokter: ‘Joh, je zit in de pubertijd, dan kunnen er wel vaker onverklaarbare klachten optreden. Je drinkt zeker ook wat meer nu het zo warm is? Dan is het logisch dat je ook meer plast.’ En over de duizelingen zei hij: ‘Veel meisjes hebben in de pubertijd last van een lage bloeddruk. Eet maar iets zouts als je er weer last van hebt.’ Zonder verder onderzoek te doen, werden mijn ex-man en mijn dochter weer weggestuurd.”

‘Ik dacht dat ze blaasontsteking had’

“Toen Anne een aantal weken later weer bij mij was, merkte ik dat ze inderdaad opvallend vaak moest plassen. Elk half uur ging ze naar het toilet en ’s nachts moest ze er ook regelmatig uit om naar het toilet te gaan. Ik dacht dat ze blaasontsteking had, maar omdat ze geen pijn had bij het plassen en de klachten niet verontrustend waren volgens de huisarts, besloot ik me er geen zorgen meer over te maken.

Na de vakantie moest Anne dagelijks zestig kilometer, heen en terug, fietsen naar school. Ze kwam gebroken thuis uit school en ging meteen op bed liggen. Ik dacht dat haar lichaam moest wennen aan de grote afstand die zij moest fietsen, maar Anne werd steeds beroerder, haar humeur begon te veranderen en ze begon flink af te vallen. Achteraf besef ik dat ik overal een logische verklaring voor probeerde te bedenken. De dokter had tenslotte gezegd dat het niks was, dus ik vond het gênant om met dezelfde klachten nog een keer langs te gaan.

Met de kennis die wij nu hebben, had ik haar urine bij de eerste symptomen al moeten laten controleren, dat had haar heel wat nare maanden gescheeld. Tegen de tijd dat zij eindelijk hulp kreeg, was haar lichaam echt uitgeput en uitgehongerd. We hadden geen idee hoe dicht ze bij de dood is geweest.”

‘De doktersassistente vroeg of we meteen wilden komen’

“Na een paar weken besloot ik haar urine toch maar naar de dokter te brengen, zodat dit gecontroleerd kon worden op blaasontsteking. Ik merkte dat het slechter met Anne ging en ik begon me echt zorgen te maken. Ze kreeg, naast dat zij opvallend vaak moest plassen, ook last van buikpijn. Ik zou ’s middags bellen voor de uitslag, maar al snel belde de assistente zelf op. Ze vertelde dat Anne geen blaasontsteking had, maar dat er wel iets anders was gevonden. Ze vroeg of wij zo snel mogelijk naar de dokter konden komen. Aan haar toon was te horen dat het ernstig was en de angst sloeg mij om het hart. Ik was net pannenkoeken aan het bakken toen de telefoon ging, maar heb alles neergegooid en ben meteen met Anne naar de dokter gereden.

De dokter vertelde ons dat haar suikerwaarde heel hoog was. Er werd met een vingerprik bloed afgenomen, maar haar waarde was zo hoog dat het niet meer meetbaar was. De huisarts wilde dat we met spoed naar het ziekenhuis gingen. Hij zei dat we het beste naar Zwolle konden gaan, want daar waren ze gespecialiseerd in diabetes.” 

‘Anne bleek diabetes type 1 te hebben’

“‘Gespecialiseerd in Diabetes.’ De uitspraak van de huisarts resoneerde nog even door in mijn hoofd voordat het besef landde. Had Anne suikerziekte? Er ging van alles door mijn hoofd. Ik zag in een flits allemaal spuiten, naalden en ampullen voor me. De arts zei dat we voor de zekerheid spullen mee moesten nemen van huis, want het zou heel goed kunnen dat ze opgenomen moest worden in het ziekenhuis.

Ik moest snel opvang voor mijn andere drie kinderen regelen en vervolgens zijn we naar het ziekenhuis gegaan. In het ziekenhuis moesten wij ons melden op de spoedeisende hulp. De bloedsuikerspiegel van Anne werd opnieuw getest en daar kwam een suikerwaarde van 49,9 uit, dat hoort normaal tussen de 4 en 8 te zijn. De artsen stonden versteld dat Anne nog in staat was geweest om zelf te lopen en dat zij niet allang in een coma was geraakt. Anne werd meteen op een brancard gelegd en kreeg een infuus met insuline.” 

‘Ze had wel kunnen sterven’

“Nadat Anne was opgenomen in het ziekenhuis werd haar suikerwaarde gelukkig weer snel stabiel. We begonnen ons steeds meer te realiseren dat het een wonder van God was dat het nog zo goed was afgelopen met Anne. Ze had wel kunnen sterven. De reactie van de artsen, nadat haar suikerwaarde bekend werd, was erg veelzeggend voor ons. Ze is door het oog van de naald gegaan. 

In het ziekenhuis kreeg Anne les in spuiten en uitleg over het leren rekenen met suikerwaarden. We kregen uitleg over koolhydraten; hoe meer koolhydraten Anne eet, hoe meer zij moet spuiten. Ze moet van tevoren bepalen hoeveel zij gaat eten en kan niet meer spontaan bedenken dat ze iets extra’s neemt. Al het eten moet worden afgewogen en geteld. De hele dag door moet mijn dochter nadenken over haar eten. Ook haar lichamelijke beweging speelt een grote rol in de hoeveelheid insuline die zij in moet nemen. Ze fietst 60 km op een dag, dus daar moet ze met spuiten ook rekening mee houden. Als ze voelt dat ze iets rillerig wordt moet ze snel druivensuiker innemen.”  

‘Ze zal haar hele leven moeten dealen met diabetes type 1’

“Anne moet zichzelf drie keer per dag in haar buik injecteren en één keer per dag in haar been. Op een gegeven moment ging het spuiten in haar buik pijn doen. Ze riep toen verdrietig: ‘Mam, ik wil niet meer spuiten!’  Dat brak mijn hart. Wat zou ik het graag van haar willen overnemen. Helaas kan ik haar niet helpen. Dit is iets waar ze levenslang mee zal moeten dealen. Het idee dat mijn dochter zichzelf, voor haar maaltijd op school, op het toilet zit te injecteren, doet pijn. Ik had haar dat graag willen besparen, maar dit had op geen enkele manier voorkomen kunnen worden. Volgens de artsen is het gewoon ‘vette pech’. Zelf geloof ik dat geen ding ‘bij geval’ gebeurt en dat God hier een plan mee heeft. De waaroms zullen we hier denk altijd wel houden.”

Lees ook: Heeft jouw kind last van stress?