Eva Logo
vond God, verloor hand
21 april 2020 in Lijf & leven

Aritha verloor bijna haar hand, maar vond God

Door een zaagongeluk raakt Aritha (40) haar linkerhand bijna kwijt. Ze moet revalideren en komt bij haar zus in huis waar iedereen veel van Jezus houdt. Aritha is geen christen, maar moet opeens wel mee naar de kerk en meedoen met bidden en zingen. Dat heeft grote en mooie gevolgen.

“Al vanaf mijn twaalfde werkte ik in de bloemen. Ik leek gemaakt te zijn om een eigen bloemenwinkel te beginnen. Maar toen ik op mijn twintigste zag hoeveel meer geld mijn vrienden verdienden met hun werk en dat ze vrij waren op vrijdagavond en zaterdag, wilde ik dat ook. Daarom ben ik de ICT ingegaan en ik werkte daar met veel plezier. Toch lag mijn hart daar niet echt, het maakte me niet gelukkig. Drie jaar geleden, in 2017, zaagde ik mijn linkerhand zo goed als af, toen een houtje in de afkortzaag niet mee wilde werken. Mijn hand hing letterlijk met nog een stuk vel aan mijn arm.”

Amputatie of toch niet?

“Gelukkig was mijn broertje erbij. Ik ging naar het ziekenhuis met de overtuiging dat ik mijn hand kwijt was. Maar toen ik na de operatie weer bij kwam, had ik hem nog! De chirurg had tijdens de operatie besloten om toch nog een poging te doen om alles weer aan elkaar te zetten. Dat is bizar! Hoe kon hij dat? Alles lag uit elkaar, alle kootjes, spieren en bloedvaten waren doorgesneden, maar hij heeft het weer aan elkaar gezet. Ik lag een week in het ziekenhuis, in de overtuiging dat ik drie weken later wel weer aan het werk kon…

Maar ik moest zeven weken gips om en ik kon helemaal niets meer. Ik had de hele dag hulp nodig, ik kon nog geen kopje thee zetten, niet alleen naar de wc, ik kon me niet aankleden, niet alleen naar bed gaan, ik had echt overal hulp bij nodig.”

Totaal afhankelijk

“Mijn zus had aangeboden dat ik bij haar in huis kon komen, bij haar gezin. Daar was de hele dag wel iemand thuis en dat had ik nodig. Alleen was mijn zus christen en ik niet, dat was een dingetje. Maar tegen die tijd was ik alles al kwijt, mijn vrienden haakten allemaal af. Ik moest iedere dag naar revalidatiecentrum om te revalideren. Daar leerde ik om dingen met alleen mijn rechterhand te doen. In die tijd veranderde ik vanbinnen enorm, ik was niet langer dezelfde persoon. Het doet veel met je om van een heel onafhankelijk iemand opeens compleet afhankelijk te worden.”

Uitgedaagd

Aritha was wel christelijk opgevoed, maar in een zware kerk. Ze had het geloof vaarwel gezegd door de ervaringen daar. “Ik was een totaal andere kant op gegaan, ik heb een tijdje drugs gebruikt en veel meer gedaan wat niet volgens Gods wens was. Maar nu moest ik wel met het gezin van mijn zus mee naar de kerk.

Hun dominee sprak met mij en daagde mij uit tot een challenge, vergelijkbaar met veertig dagen zonder seks, maar dan veertig dagen zeggen: ‘God, hier ben ik. Laat maar zien dat U er bent, ik ga daar niets voor doen’. Dat leek me vreselijk, die uitdaging wilde ik niet doen. Maar ’s avonds in bed zei ik toch: ‘God, hier ben ik’. Ik had toch al niets meer, van de dertig vrienden die ik had waren drie in de eerste week geweest en dat was alles wat ik nog van ze gehoord heb.”

Hand omhoog

“In september 2017 werd mijn nichtje gedoopt en sprak Kees Kraaijenoord. Hij deed een soort uitnodiging of je je hart aan Jezus wilde geven. Mijn linkerhand ging omhoog. Dat was heel gek, want ik was heel beschermend nog naar mijn linkerhand. Hij zat nog in een brace en ik hield hem altijd vast. Mijn zus vroeg: ‘Wat doe je?’ Ik antwoordde: dat weet ik niet, ik doe niks. Ze vroeg of ik me wilde laten dopen. Ik zei dat ik inderdaad dacht dat ik dat moest doen. Toen zei vervolgens vroeg of ik dat meende moest ik zo hard huilen. Daarop werd mijn rug ontzettend warm, zo warm dat ik wel naar voren moest lopen. Die dag heb ik me laten dopen.”

Helse strijd

“Daarmee brak ook een helse strijd in mij los. Toen ik een paar maanden later weer auto mocht rijden, waar ik wel een test voor moest doen, hoorde ik een stem naast mij die zei dat ik maar beter tegen een boom kon rijden. Het zou toch nooit meer goed komen met mij. Dat ik het niet waard was, dat ik beter dood kon zijn. In mijn eigen huisje hingen donkere wolken. Als ik buiten stond, durfde ik niet eens naar binnen te gaan, zo eng was het. In oktober ben ik naar de There is More-conferentie geweest. Vanaf dat moment heb ik heel veel voor me laten bidden. Ik ben naar allerlei conferenties geweest om dingen van God op te zuigen. Het ging daarna steeds beter met me.”

Wat wil je?

“In 2019 mocht ik weer gaan werken, ik kreeg een mail dat ik welkom was om de salesafdeling bij een ICT-bedrijf op te zetten. Dat was een heel gezellig bedrijf, maar het werk vond ik niet leuk. Ik stond ’s morgens nooit op met het idee: hè, nu ga ik weer lekker naar mijn werk. Ondanks dat we een net nieuwe HR-medewerker hadden, ging ik toch naar haar toe en ik vertelde dat ik niet blij met het werk was. Ze vroeg me wat ik het allerliefst zou willen doen als alles mogelijk was en ik zei: een eigen bloemenwinkel. Haar vader bleek een bloemenwinkel in Doorn te hebben, hij was 63 en zocht een opvolger. Binnen een week was het beklonken! Maar omdat die man ernstig ziek werd, kwam de zaak op 1 maart 2020 al op mijn naam te staan, vlak voordat de Coronacrisis begon.”

God is de Rots

“God heeft me hier gebracht, Hij heeft ervoor gezorgd dat ik hier nu ben en dit kan doen. Hij heeft er ook voor gezorgd dat ik mijn linkerhand mocht houden en die nu weer bijna als normaal kan gebruiken. Ik kan me alleen niet afzetten met links, maar dat is alles. Je ziet ook niet heel duidelijk dat hij anders is. Dus ook dit avontuur ga ik aan met God en ik moet zeggen dat Hij mij niet in de steek laat.

Op dagen dat ik in de ochtend amper klanten krijg, bid ik om Gods hulp. Dan merk ik dat mijn menselijke aard het over wil nemen, maar krijg ik ’s middags toch weer veel klanten. Er is ook veel goodwill vanuit Doorn, dat is heel bijzonder. Mensen gunnen het mij en komen bloemen halen. Ik ga nu iedere dag bloemen inkopen, dat doe ik op gevoel, maar het komt altijd goed. Voorheen ging ik twee of drie keer per week naar de veiling. Ik kan mijn rekeningen nog betalen, ik heb brood op de plank en ik kan mijn nichtje, die hier op vrijdag en zaterdag werkt, betalen, dus gaat het goed.”

Geschreven door: Joke Heikens