Eva Logo
3 april 2020 in Hoofd & hart

‘Ik word overvallen door een gevoel van eenzaamheid’

Door de aanblik van een stille straat wordt Gerrianne overvallen door een gevoel van eenzaamheid. Waar is God in deze tijd waarin niemand meer lijkt te weten wat te doen.

Onze Ninne van drie heeft momenteel de neiging om, iedere keer wanneer ik de kamer uitloop, te vragen waar ik naartoe ga, of ik niet naar buiten ga en of ik snel weer terugkom. Bij tijden voel ik me een ontaarde moeder, want ze zou inmiddels toch kunnen weten dat ik haar nooit alleen thuis zou laten? Het quarantaine-leven is voor haar dan ook een gelukzalig walhalla, want nee, mama gaat niet weg. Nu niet en morgen niet en dan die morgen ook niet. Maar zelfs na drie weken onafscheidelijkheid blijft het een belangrijk onderwerp in gesprekken. ‘Mama, waar ben je’ en ‘ga je niet weg?’

De mens, gestript van al zijn almacht, blijkt als een kind zonder oppas in een te groot huis

Terwijl ik uitkijk over onze stille straat waar normaal gesproken kinderen voetballen, moeders met boodschappen thuiskomen en oudere mensen met hun hondje wandelen, overvalt me het Ninne-syndroom. ‘Papa, waar ben je?’ De uitgestorven buurt oogt godverlaten. Flarden van beelden en zinnen uit het nieuws dwalen door mijn hoofd. Bange woorden en gezichten. De mens, gestript van zijn almacht, blijkt als een kind zonder oppas in een veel te groot huis. 

Nu er geen antwoorden meer zijn en zelfs de groten in het verhaal niet meer weten wat te doen, blijken we zoveel hulpelozer dan we dachten. Het leek allemaal zo goed te gaan; het wieltje draaide rond en rond en helemaal vanzelf. Vragen over het lijden in de wereld kreeg ik uiteindelijk altijd nog wel theologisch correct in hun vakje. Ook nu kan ik logica bedenken en christelijk gewenste antwoorden op de ziekte en het breken. Maar eerlijk gezegd, nu het zo dichtbij is gekomen, word ik overvallen door een verweesd gevoel van eenzaamheid voor de mensheid. Geen rationeel verklaren is daartegen opgewassen. En terwijl de wind toepasselijk onheilspellend langs mijn raam fluit, lijkt de aarde een voorgoed verlaten huis. 

Misschien begint geloof waar al het redeneren stopt

Toch ís dat niet zo. Voel maar raak, maar het is niet zo. God is daar. Waar Hij altijd was. Hier. Opeens komt het erop aan. Mijn erváring van Zijn aanwezig is overruled door alle woorden die van buiten komen. Het nieuws, het leed, het doodgaan uit het niets. Er blijft weinig anders over dan het wéten van Degene die beloofd heeft nooit te gaan. Altijd hier bij ons is. 

Misschien is dat dan wel precies waar je moet komen. Begint geloof waar al het redeneren stopt. Wanneer je op de tast uitreikt naar de vage omtrek van wie je dacht dat Jezus is, gebeurt er misschien wel zoiets als een lenteschoonmaak; alle fratsen de deur uit. Want weet ik veel van eindtijd en van straffen en plagen. Wat betekent al mijn redeneren in verhouding met Hem die zo anders denkt? Dit weet ik: ‘Zie ik ben met je, al de dagen, tot aan de voleinding van deze wereld.’ 

God met ons

We zijn toch geen wezen. Toch niet verlaten. God met ons, de westerlingen. God met ons, de rijke dwaas. God met ons, de vreemdelingen. God met ons. Misschien een beetje eenzaam, maar nooit alleen. Na zoveel jaren onafscheidelijkheid zouden we dat toch moeten weten. Er is altijd Iemand thuis. 

Lees ook: soms is het beter te zwijgen