Eva Logo
Stichting SafeWings
19 november 2020 in Opvoeding en gezin

‘Hoe gaat het met jou als pleegouder?’

Pleegouders zijn hard nodig en veel christenen voelen zich geroepen om pleegouder te zijn, net als Fred van Setten en Marianne Kerremans. Maar pleegouders hebben het niet altijd gemakkelijk, contact met andere pleegouders kan dan een goede hulp zijn. Om dat te organiseren zetten Fred en Marianne de stichting SafeWings op.
Fred van Setten van Stichting SafeWings

Marianne: “Onze twee kinderen wilden graag broertjes of zusjes. Toen die uitbleven, kwamen zij met het voorstel om pleegkinderen op te vangen. Ik heb altijd een groot gezin gewild, dus dat kwam goed uit.” Ook bij Fred ging het licht op groen: “Onze kinderen zaten op de middelbare school toen mijn vrouw en ik pleegouders werden. Wij hadden de ruimte en de wens om pleegkinderen op te vangen en hen kansen te geven die ze anders niet zouden krijgen.” Al snel kwamen de eerste (dag)pleegkinderen.

Falen

“Wij kregen twee engeltjes voor onze deur”, vertelt Fred. “Twee zusjes die een plek zochten. Het was hun vijfde plaatsing, meer informatie kregen we niet. In het begin ging het goed, maar na een paar weken bleek dat wij toch niet de juiste ouders voor deze meisjes waren. Dat was heel moeilijk, want je begint toch aan pleegzorg om kinderen een thuis te bieden. Als dat dan niet lukt, voelt dat als falen.” De zusjes werden overgeplaatst naar een ander gezin.

“Dat waren wij”, vertelt Marianne. “De meisjes kwamen bij ons terecht en ik kwam mezelf daarin vreselijk tegen. Ze zeggen dat de ogen de spiegel zijn van de ziel, voor pleegouders zijn de ogen van je pleegkinderen een spiegel van jou. Ondanks dat het niet de eerste keer was dat mijn man en ik pleegkinderen opvingen, voelde ik me een groentje als pleegouder. Maar daar durfde ik niet over te praten, zeker niet met de pleegzorgorganisatie zelf. Stel je voor dat ze zouden zeggen dat ik toch niet geschikt was? Ik dacht dat ik een professional moest zijn, dat ik deze gevoelens van tekort schieten zelf een plekje moest geven.”

Deden wij als pleegouders iets niet goed?

De zusjes raakten door de situatie van de biologische familie opeens ieder contact met hen kwijt. Dat betekende dat ze geen tijd meer bij hun familie doorbrachten. “Die weekenden hadden wij echt nodig met ons biologisch gezin om weer op te laden”, legt Marianne uit. “Gelukkig sprongen Fred en zijn vrouw bij, zij wilden de zusjes wel een weekend per maand opvangen. Dat ging gelukkig heel goed, zo goed dat ik me nog vervelender ging voelen. Deden wij iets niet goed? Zouden ze weer teruggaan naar Fred en zijn vrouw? Ik voelde al een band met ze en ik wilde ze niet kwijt. Zou ik niet hun moeder kunnen zijn?”

Marianne en Fred raakten daarover in gesprek. Ze deelden hun twijfels en onzekerheden, hun ‘faalverhaal’, zo voelde het voor hen. Fred: “We kwamen er samen achter dat er eigenlijk iets mist. Pleegzorg bieden vraagt best wat van je en het is fijn als je daar dan met andere pleegouders over kunt praten. Pleegzorg heeft wel koffieochtenden, daar wordt vooral gepraat over de pleegkinderen en dat kan voor een negatieve sfeer zorgen. Het gaat eigenlijk nooit over hoe het voor jou als pleegouder is. Het was voor mij een verademing om van Marianne te horen dat ook zij onzeker is over zichzelf als pleegouder en dat ze tegen dezelfde dingen aanloopt als ik.

Herkenning

Marianne: “Het is heel fijn om met mensen te praten die hetzelfde meemaken als jij. Daarom zijn we SafeWings gestart, een stichting die pleegouders ondersteunt. Er vielen allemaal dingen op hun plek toen we stappen gingen ondernemen. We kregen bijvoorbeeld het aanbod om activiteiten bij een zorgboerderij te organiseren.” Fred: “Voor pleegkinderen is het ook heel waardevol om contact te hebben met andere pleegkinderen, je bent niet de enige in die situatie. En voor onze biologische kinderen was het fijn om met andere kinderen contact te hebben die pleegkinderen in hun gezin hebben. Dan is er herkenning en weet je wat de ander meemaakt.”

SafeWings biedt pleegouders een luisterend oor, maar ook hulp in de vorm van trainingen en ontmoetingsavonden. “Er zijn verschillende groepen gestart”, vertelt Marianne. “Sommige van die groepen bestaan nog steeds. Die pleegouders komen eens in de zoveel tijd bij elkaar om met elkaar ervaringen uit te wisselen. Dat gaat tijdens de coronatijd online verder. Het is heel waardevol, dat hebben we zelf ontdekt en dat is ook wat we van ouders terugkrijgen.”

SafeWings biedt pleegouders een luisterend oor

Marianne Kerremans van Stichting SafeWings

“Pleegouder zijn is prachtig”, zegt Fred. “Maar het moet niet ten koste gaan van jezelf of van je relatie. De kwetsbaarheid van pleegkinderen kan je helpen groeien, maar daar zit ook meteen een gevaar. Want als jij als pleegouder niet goed voor jezelf zorgt, kan het ten koste gaan van jezelf. Blijf in gesprek, ook met je partner. Bij pleegkinderen staat de schijnwerper vooral op hen gericht, maar vergeet jezelf niet. Daarin biedt SafeWings een oplossing en dat blijven we doen.”

“We hebben oog voor de beleving van de ander”, legt Marianne uit. “Ook al ben je partners, dan kun je nog dingen heel anders ervaren. Blijf daarover in gesprek en heb oog voor elkaar. Die vraag: ‘Hoe gaat het met jou als pleegouder?’ is zo belangrijk, maar hij wordt nog te weinig gesteld. Je bent niet automatisch een supermens als pleegouder. Je hebt je eigen geschiedenis en die neem je mee. Het kan heel confronterend zijn om pleegkinderen te hebben. Het is fijn als je dan weet dat er een stichting is waar je terechtkunt en waar mensen zitten die dezelfde ervaringen hebben.”

Lees ook: 'God gaf ons een gezin met adoptie- en pleegkinderen'

Ben jij pleegouder en wil je meer weten? Kijk dan op www.safewings.nl.

Tekst geschreven door: Joke Heikens