Eva Logo
25 oktober 2021 in Geloof

Bidden op je werk; Lydia doet het

Lydia de Groot is de vrouw van Gerard de Groot en werkt met hem in de bediening. Ze had als kind en later op het zendingsveld in Mozambique traumatische ervaringen. Nadat ze de echte, liefdevolle God leerde kennen, droeg ze haar geloof ook op haar werk als anesthesieassistent uit: “Je kunt niet alle kinderen redden, maar ik kon wel bidden.”

Lydia groeide op in een Reformatorische kerk en werd later lid van een Evangelische gemeente die haar ondersteunde toen ze door Dorcas werd uitgezonden naar Mozambique. “Daar maakte ik afschuwelijke dingen mee. Ik was getraumatiseerd toen ik terugkwam. Vervolgens kwam ik in een pinkstergemeente terecht waar ik God als liefdevolle Vader en de Persoon van de Heilige Geest leerde kennen. De Bijbel ging echt leven, ik leerde dingen over genezing en bevrijding. Het was een soort ‘wedergeboorte’ voor mij. God werd een levende God, Die in mij woonde.

‘Ik bad voor mijn collega’s en de kinderen die geopereerd zouden worden’

Destijds werkte ik in een kinderziekenhuis als anesthesieassistent. De sfeer in de operatiekamers was niet altijd positief. Er werd regelmatig geroddeld en soms ook onrein gepraat. Doordat ik een openbaring had gehad van Wie er in mij woonde en ik besefte dat God mij de opdracht had gegeven om te regeren over de omstandigheden, zorgde ik ervoor dat ik iedere ochtend als eerste in de operatiekamer was waar ik die dag zou werken. Ik deed het licht aan en nodigde de Heilige Geest uit om die dag de ruimte te vullen met Zijn aanwezigheid. Ook bad ik voor al mijn collega’s en de kinderen die die dag geopereerd zouden worden zegende ik. Tijdens de operaties legde ik regelmatig mijn handen op het hoofd van het kind en bad dat God tot Zijn doel met dit leven zou komen. Dat kon ik ook onopgemerkt doen, want ik werkte als anesthesieassistent meestal aan het hoofd van de operatietafel. De sfeer op de operatiekamers veranderde doordat ik bad op de plek waar God mij had gesteld, dat gebeurde keer op keer.”

Waardevolle gesprekken

“Die operaties duurden vaak lang en collega’s die even niets te doen hadden, kwamen regelmatig bij mij zitten. Ze vroegen vaak naar mijn eerdere werk en dan vertelde ik dat ik ‘gezondheidswerker’ in Mozambique was geweest. Dat ik zendeling was, zei ik niet, maar dat ontdekten ze vanzelf. Ook werd er vaak gevraagd wat ik in het weekend had gedaan, dan vertelde ik gewoon dat ik naar de gemeente was geweest en dat dat me heel goed had gedaan. Geen zweverigheid, maar gewoon de dingen vertellen die bij mijn leven hoorden. Dan bleken ze best geïnteresseerd.”

‘Dat ik zendeling was geweest ontdekten ze vanzelf’

“Ik vertelde soms over het auto-ongeluk dat ik jaren geleden heb gehad en hoe ik verbitterd raakte naar de man die me aanreed waardoor ik drie keer met de auto over de kop sloeg. Het was een wonder dat ik dat overleefde, maar daarna raakte ik wel alles kwijt. Mijn werk, mijn huis, mijn gezondheid, alles. Het maakte mij bijna kapot dat ik zo verbitterd was. Iedereen maakt zulke dingen mee, situaties waardoor je verbitterd kunt raken. Ik voelde na verloop van tijd dat ik die man moest vergeven, daarom schreef ik hem een brief over wat hij mij had aangedaan en wat de gevolgen van zijn daad voor mij waren. In die brief vergaf ik hem. Daarmee raakte ik de bitterheid kwijt. Vaak raakte dat de mensen die ik het vertelde.

Ook ging ik in de pauzes naar het stiltecentrum, waar je kunt bidden ongeacht je geloof. Daar legde ik proclamatiekaarten neer van Derek Prince (een Britse evangelist, red) en zette er ook een gebedsbox neer. Daar kon iedereen een gebedsverzoek in doen, anoniem. Ook nodigde ik collega’s die meer belangstelling hadden uit voor een bijbelstudie bij mij thuis. Ik vertelde ze over de dingen die ik had meegemaakt en dat ik ermee naar God ben gegaan. Ik vertelde ook wat God had gedaan in mijn leven en dat Hij zo reëel voor mij was geworden. Er zijn daardoor mensen tot geloof gekomen. De boze vond dit minder leuk en uiteindelijk werd ik overgeplaatst naar een ander ziekenhuis.”

De gevolgen

“Op de plek waar ik daarna terechtkwam, begon ik gewoon opnieuw. Ik maakte bijzondere dingen mee, ook tijdens operaties. Natuurlijk ging het weleens fout, je kunt niet alle kinderen redden, maar ik kon wel bidden. Dus als een kind een heftige bloeding had, bad ik ervoor. Vaak zag ik dat God ingreep. Ik zag de kinderen maar kort, soms hoorde ik later hoe het verder met ze was gegaan. Zo was er eens een kind met leukemie waar het zo slecht mee ging, dat het na de operatie niet naar de uitslaapkamer mocht, maar in de operatiekamer moest bijkomen. Ik bleef bij dat kind samen met een tante, zij bleek ook christen en we baden samen. Veel later hoorde ik dat het kind was genezen! Dat was prachtig en dat geeft je ook de kracht om door te gaan.”

‘Als jij al christen het licht binnenbrengt, dan willen mensen bij je zijn’

“Heel vaak ging fout met de kinderen, dan moest ik kijken naar de lichtpuntjes die er wel waren. Ook leerde ik om te zeggen: God, ik begrijp U niet, maar ik vertrouw U en net als David te zijn en op de Rots te blijven staan. Heer, U bent goed, zei ik dan. Wilt U me de dingen leren die U me wilt leren in deze moeilijke situatie? Ik ben niet verslagen en ik sta. Ik word er sterker van.

God woont in je en wil je dingen leren. Ik kijk er iedere ochtend naar uit wat God me gaat vertellen tijdens mijn stille tijd. Dan vraag ik: Heer, wat wilt U doen vandaag? Als jij het licht binnenbrengt als christen, dan willen mensen bij je zijn. Ze willen hebben wat jij hebt. Natuurlijk maak ik ook droge tijden mee, tijden dat ik weinig ervaar van God, maar dan ga ik voor de spiegel staan en zeg ik: Lydia, wat ben jij een prachtig mens! God houdt van je zoals je bent. Dan komt er vanzelf een moment dat de tranen weer over mijn wangen rollen als het echt binnenkomt wat God over me zegt en denkt. Dat geldt voor ons allemaal en dat mag je uitstralen naar anderen.”

Lees ook het verhaal van Joline, die de spannende stap heeft gemaakt om van haar geloof haar werk te maken, en zichzelf nu een 'christenondernemer' kan noemen.