Eva Logo
13 oktober 2021 in Lijf & leven

Mireille zat vijf jaar lang in een burn-out

Mireille de Zwart (45) is de vrouw van voorganger Remco. Door een grensoverschrijdend voorval in haar jeugd, ontwikkelt ze een sociale angststoornis. Als volwassen vrouw, gaat ze zelf over haar eigen grenzen en belandt ze in een burn-out die vijf jaar lang duurt: “Ik heb ik vier jaar amper geslapen.”

“Op mijn twaalfde had ik een grensoverschrijdende ervaring met een jongen, waar ik me vreselijk voor schaamde. Ik dacht dat iedereen het wist. Van de ene op de andere dag durfde ik niets meer. Door de klas lopen of iets te drinken halen in de kantine was te veel voor mij. Als ik die jongen zag praten of lachen met anderen, dacht ik dat ze het over mij hadden. Ik ontwikkelde een sociale angststoornis. Als er wedstrijden gerend moesten worden, blokkeerde ik, terwijl ik heel erg goed was in atletiek. Die wedstrijden vond ik gewoon te eng.”

‘Ik dacht dat ik bevrijd zou worden van mijn angsten’

“Toen ik radicaal tot bekering kwam en een bijbelschool ging doen, dacht ik dat ik bevrijd zou worden van mijn angsten, dat het in één keer voorbij zou zijn. Dat is helaas niet zo gegaan. Ik werd wel vrouw van een oudste, later voorganger, met alle verwachtingen die ik dacht dat daarmee te paard gingen. Zelf draaide ik een dansschool met vier groepen, ik werkte bij een kinderdagverblijf en ik had mijn eigen kinderen thuis. Ik had altijd wat te doen en ik nam geen tijd om te rusten. Ik reageerde veel te heftig op allerlei gebeurtenissen. Toen ik vergat de veiligheidsknoppen van een box op het kinderdagverblijf in te drukken, nadat ik er een baby had ingelegd, was dat het moment waarop ik wist: er klopt iets niet.”

Middelmatige burn-out

“Mijn huisarts stelde vast dat ik in een middelmatige burn-out zat. Ik deed anderhalf jaar rustig aan. Voordat ik weer aan het werk ging, waren we een weekendje in Brussel waar ik zo gespannen was dat ik helemaal niet kon slapen. Een duidelijk signaal van mijn lichaam, toch ging ik weer aan het werk.

Anderhalf jaar later zou ik met mijn zus naar een Hillsongconferentie in New York gaan. Ik voelde dat ik het niet ging trekken, ik hoorde zelfs een stem in mij: ‘Dit ga je niet overleven’. Ik sprak er wel met mijn zus over dat ik het veel vond, maar dan leg je de verantwoordelijkheid bij een ander. Uiteindelijk ben ik wel gegaan, maar daarna heb ik vier jaar amper geslapen.”

Medicijnverslaving

“De dokter gaf mij een licht slaapmiddel, maar dat hielp niet. Daarop kreeg ik een anti-psychosemiddel, zonder dat de huisarts mij zag. Toen kon ik slapen, maar na drie weken bekeek ik de bijsluiter en daarin stond dat het middel na twee weken verslavend kon gaan werken. Ik wilde er vanaf, maar de dokter zei dat ik ermee door moest gaan. Na drie maanden bleef ze volhouden dat ik het moest blijven slikken, maar ik ben toen in twee weken afgekickt. Daarna stortte ik helemaal in. Ik kon niet meer thuis wonen en ben teruggegaan naar mijn ouders. Ik kon niets hebben, alles was te veel. Ik liep niet meer, maar ik schuifelde. Ik vroeg: ‘Heer, gaat dit ooit nog goed komen?’ Dat duurde uiteindelijk vier jaar.”

‘Alles was te veel. Ik liep niet meer, maar ik schuifelde’

“Het slapen ging niet, hoewel ik daar toen wel medicatie voor had. Die nam ik alleen bij uiterste nood. Ik was overgestapt naar een andere arts, die me ook iets had gegeven om te kalmeren. Ik durfde dat gewoon niet te nemen. Mijn huisarts gaf me antidepressiva, maar dat hielp steeds maar heel even. Pas de derde soort sloeg aan, alleen overleed ons nichtje van vijftien jaar toen plotseling in haar slaap. De dag voor haar begrafenis stopte ik met de medicijnen, want ik moest dit verwerken. Het leek mij niet goed om dat te doen onder antidepressiva. Ik heb al mijn vertrouwen op God gelegd, ik had ook het gevoel dat Hij dit wilde.”

Herstelproces

“Nu, viereneenhalf jaar later, kan ik zeggen dat met het overlijden van Isabella, mijn nichtje, de focus van mezelf naar haar ging. Ik mocht rouwen, dat deden we met zijn allen. Die gebeurtenis is het ergste wat je kan overkomen, dat geeft een soort opening. Ik ben nog niet vrij van angst, maar als ik me goed voel dan is er niets dat ik niet zou durven. Het is nu puur die onzekerheid dat ik er nog niet helemaal ben. Ik blijf afhankelijk van God, maar als ik weet dat God het toestaat, dan gaat niets en niemand mij ergens van weerhouden. Dan zal Hij me ook helpen.

Nu herken ik heel duidelijk wanneer ik wel of niet iets moet doen. Op mijn werk heb ik nu weer iets toegezegd wat eigenlijk te veel is. Daarom ga ik in gesprek en bekijken hoe ik de lat wat lager kan leggen. Dat is heel vervelend, maar ik kan het maar beter meteen zeggen. Ik heb geleerd dat mijn hersens soms een omweggetje nemen en dat ik kan vragen of ze iets nog een keer willen zeggen als het de eerste keer niet goed binnen is gekomen. In mijn huidige werk als begeleider van vrouwen met trauma’s en een verstandelijke beperking is het weleens confronterend. Soms geef ik ze medicijnen die ik zelf thuis ook nog heb liggen voor het geval het helemaal misgaat.”

‘De lat wat lager leggen is soms vervelend, maar ik kan het maar beter meteen zeggen’

“Het is heel apart dat in deze tijd dat ik nog aan het herstellen ben, de sociale angst terrein verliest. Soms overvalt het me toch, maar dan moet ik de rust ingaan en datgene waar ik bang voor ben toch doen. Het is niet meer zo dat ik het vermijd en zeg: ramen dicht, gordijnen dicht, dit gaan we niet doen. Natuurlijk zijn er momenten waarop ik iets toch niet kan doen, maar over het algemeen, als ik voldoende rust neem en op tijd stop, dan kan ik wel alles doen.”

Beeld: Nyomi de Zwart

Lees ook hoe Erna omging met haar burn-out.