Icon--npo Icon--EO Icon--eva Icon--eva-slogan Icon--comment Icon--audio Icon--mail Icon--video Icon--image Icon--search Icon--pinterestCircle Icon--facebook Icon--facebookCircle Icon--twitter Icon--snapchat Icon--instagram Icon--clip Icon--whatsapp Icon--pinterest Icon--youtube Eva Logo
22 oktober 2019 in Geloof

Waarom kamperen in de storm goed is voor je geloofsleven

Als Hanneke op vakantie wakker ligt in een storm, bidt ze heel wat af. De hulp komt alleen net even anders dan ze in gedachten had.

Het weer kon, zo tegen het einde van de week, ‘wel wat minder gaan worden,’ meende de campingeigenaresse. Ik had haar gevraagd hoe de vooruitzichten waren. Verstoken van enige vorm van verbinding met de wereldwijde permanente digitale informatiestroom die internet heet, hadden we geen flauw idee hoe het weer zich zou gaan ontwikkelen. Het is een beetje het risico van zonder internetabonnement door het leven gaan en een camping zonder wifi treffen. Eigenlijk ook heerlijk ontspannend op zijn tijd. Maar nu waren we dus aangewezen op het mondelinge weerbericht van deze vriendelijke, maar uiterst Britse dame met een zeer verfijnd gevoel voor understatement. ‘Wat minder’ betekende in dit geval concreet en in nietsverhullend Hollands dat er storm op komst was. Nogal behoorlijk. Bij ons. Op de camping. Aan zee.

'Ik bad me een slag in de rondte of de storm mocht ophouden'

Daar lagen we, een paar dagen later. Diep weggekropen in onze slaapzakken. Luisterend naar het gekraak van het tentframe en het klapperende tentdoek. Bij iedere recht uit zee komende rukwind gingen we met bed en al op en neer. Niets was verder weg dan slaap. Ik had mij zo klein mogelijk opgevouwen, volkomen verlamd van angst. Iedere windvlaag wenste ik toe de laatste in zijn soort te zijn. 

Net toen ik bijna warm was, werd de spanning mijn blaas te veel. Naar het toiletgebouw dan maar. Kon ik op de terugweg mooi een wél van internet voorziene medekampeerder vragen naar de meest recente verwachtingen. Die gaven weinig hoop op verbetering. De verwachting was eerder dat de wind nog verder aan zou zwellen.

Kolossaal Duits gevaarte 

Nadat ik mijzelf eindelijk weer in mijn slaapzak had gewurmd, dansten allerlei doemscenario’s in een vrolijke polonaise door mijn hoofd, met bibberende natgeregende kinderen in een van regen druipend toiletgebouw in de hoofdrol. 

Aan afhankelijk zijn heb ik een grondige hekel, maar nu was ik het toch behoorlijk. Van de twintig jaar oude tent, de geïmproviseerde leveranciers van weerberichten en bovenal de Heer van de storm. Ik bad mij een slag in de rondte. Of de storm op mocht houden of dat toch tenminste de tent het mocht houden. 

Plotseling schoot mij te binnen dat we een reisverzekering hebben. De reisverzekering, dat was het! Daar konden we altijd nog op terugvallen, mocht ons onderkomen er alle gebeden ten spijt toch vandoor gaan. De zonde van gebrek aan geloof is nooit ver. 

Intussen woedde de storm verder en ik was inmiddels wel zat van het wakker liggen. Ik wenste dat we een meer beschut plekje hadden. Nu stond er niets tussen de zee en de achterkant van onze tent in om de wind tegen te houden. “Wilt u zorgen dat er een camper achter ons komt staan?,” bad ik vurig. 

In gedachten zag ik al zo’n kolossaal Duits gevaarte voor mij, bestand tegen iedere windkracht. Die zou wel voor wat luwte zorgen. De volgende morgen werd mijn gebed acuut verhoord. Een aandoenlijk, maar werkelijk minuscuul en stokoud Volkswagenbusje parkeerde vriendelijk pruttelend achter ons kampement. 

Ik zal de volgende keer iets duidelijker bidden.

Lees ook: Henk Binnendijk: 'God maakt ons elke dag een beetje zwakker'