Eva Logo
17 februari 2020 in Geloof

Helena is waker bij een abortuskliniek

Helena Burger (52) is moeder van negen kinderen en staat regelmatig als waker bij een abortuskliniek. Ze hoopt op deze manier de liefde van God te delen met vrouwen die abortus als enige uitweg zien. Helena bidt voor deze vrouwen en naast gebed, biedt zij namens Er is Hulp van de Stichting Schreeuw om Leven, financiële hulp en praktische ondersteuning aan.

“Toen ik elf jaar was liep ik al met handtekeningenlijsten door mijn geboortedorp Scherpenzeel. Het was 1979 en er kwam een initiatiefwetvoorstel om abortus niet langer strafbaar te stellen. Door het hele land werden handtekeningen verzameld en kwamen er mensen in opstand. Toen al dacht ik: wat verschrikkelijk dat er kindjes worden doodgemaakt in de buik van een moeder! Ik wilde er alles aan doen om dat tegen te houden.

Ondanks de moeite die werd gedaan om deze wet tegen te houden, kwam deze er wel doorheen en in de loop van de jaren werd abortus steeds normaler gevonden in Nederland. Ik vond het vreselijk, maar begreep ook wel dat we daar met een klein groepje tegenstanders niks tegen konden doen.”  

Een traumatische ervaring

“Toen ik mijn eerste kindje kreeg, zag ik hoe wonderlijk God het leven heeft geschapen en vond ik het nog schrijnender dat er jaarlijks zoveel kindjes geaborteerd worden. Toen ik een aantal jaren later een miskraam kreeg en gecuretteerd moest worden landde dat besef pas echt. Liggend op de tafel bij de gynaecoloog hoorde ik het geluid van de stofzuiger die mijn kindje wegzoog, voelde ik een schrapend gevoel door mijn baarmoeder gaan en zag ik door een doorzichtig buisje stukken van mijn kindje afgevoerd worden. Ik vond het een bijzonder traumatische ervaring en dacht: wat afschuwelijk dat er mensen zijn die dit vrijwillig doen! Ik vroeg me af hoe je dit ooit kunt verwerken. Op dat moment nam ik me voor dat als ik ooit meer tijd had, ik vrijwilliger zou worden voor een pro-life organisatie. 

Ongepland

Er ging een aantal jaren voorbij, maar verder dan een donatie aan een pro-life organisatie en het meelopen met de Mars voor het Leven, kwam het niet. Totdat ik het boek Ongepland van Abby Johnson las. Dit is een waargebeurd verhaal over een directrice van een abortuskliniek. God raakte haar aan en haar ogen werden geopend. Ze stopte met haar werkzaamheden voor de abortuskliniek en sloot zich aan bij een pro-life organisatie. De wakers voor de kliniek, speelden een grote rol in de ommekeer van Abby. Na het lezen van dit boek besefte ik dat ik niet mocht wachten tot ik meer tijd had; dit had prioriteit.”

‘Als waker bij abortusklinieken wil ik de liefde van Christus laten voelen’

“Sinds vier jaar sta ik regelmatig als waker voor een abortuskliniek en probeer ik iedereen die naar binnen of naar buiten gaat, aan te spreken. Ik wil niet opdringerig zijn, maar ik hoop wel altijd dat ik een kans krijg om over de liefde van God te vertellen. Ze te laten weten dat geen situatie onmogelijk is, want er is altijd Hulp. 

Als een dame aangeeft dat ze geen gesprek wil, of geen belangstelling heeft, dan wens ik haar sterkte toe of vraag ik of we voor haar en haar baby mogen bidden. Ik vind het een groot spanningsveld, want het liefst zou ik aan iedereen die daar naar binnen gaat Gods liefde laten zien en ze laten beseffen dat het om het leven van een kindje gaat, maar ik wil ook respect tonen voor de grenzen die mensen aangeven.”

‘Wij zullen nooit confronterend materiaal meenemen’

Wakers zijn de laatste tijd erg negatief in het nieuws. Er zijn namelijk meerdere groepen wakers actief, met elk hun eigen werkwijze. Sommige groepen wakers nemen materiaal mee, zoals confronterende platen, met in stukken geknipte foetussen. Ook zeggen ze dat degene die hun kindje aborteren, moordenaars zijn.

Ik ben waker voor de Stichting Schreeuw om Leven, wij zullen nooit confronterend beeldmateriaal meenemen of roepen dat degene die een abortus doorzetten, moordenaars zijn. Als we tot een dieper gesprek komen, zeggen we wél altijd dat het om een levend kindje gaat. Ook laten we de alternatieven zien die het ondersteuningsprogramma van Er is Hulp biedt. 

‘Hadden jullie hier maar gestaan toen ik hier was met mijn vrouw’

Er stond eens iemand vanaf een afstand naar ons te kijken. Dat deed hij zo lang, dat we ons ongemakkelijk begonnen te voelen. Het is namelijk niet altijd veilig om als waker voor een abortuskliniek staan en we krijgen vaak een hoop scheldwoorden over ons heen. Na een tijdje kwam hij naar ons toe en zei: ‘Ik vind het zó goed wat jullie doen! Hadden jullie maar hier gestaan, toen ik hier naar binnen ging met mijn vrouw. Voor we de operatiekamer uitkwamen, hadden we allebei al spijt van de abortus! ’We kregen een omhelzing en de man sprong op zijn fiets en reed weg. Hij wees met zijn vinger naar boven. We zeiden meteen tegen elkaar: ja, zo willen wij hier staan. Met de vinger naar boven en niet met een opgeheven vingertje. Met de boodschap dat er Hulp is. Er is een toevlucht bij God.

Abortus afgezegd

Veel succesverhalen heb ik niet te vertellen, maar dat wij daar niet voor niks staan is een ding wat zeker is. Ik kwam bijvoorbeeld een keer voor de kliniek in gesprek met een buitenlandse vrouw. Ze was hoogopgeleid, maar haar diploma`s waren in Nederland niet geldig. Om een nieuw leven in Nederland op te kunnen bouwen wilde ze weer gaan studeren. Ze had gewacht tot haar jongste kind drie jaar was en toen ze eindelijk aan haar studie kon beginnen, ontdekte ze dat ze zwanger was. Een baby zag ze echt niet zitten, dus ze was die dag voor een abortus naar de kliniek gekomen.

We hebben met haar gesproken en meegekeken met het financiële en het praktische plaatje. Na wat heen en weer bellen, vonden wij mensen bereid om op haar kindje te passen, zodat zij kon studeren. We hebben met haar gebeden, voordat ze de kliniek in ging. Dat waren zenuwslopende minuten, want we wisten niet zeker of ze de abortus door zou zetten of niet. Tot onze grote vreugde kwam ze even later weer naar buiten en had ze de abortus afgezegd.

Geen grote aantallen

Het zijn geen grote aantallen vrouwen die afzien van een abortus, maar elk kind dat mag blijven leven is er één. We leggen elk kindje wat daar naar binnengaat in Gods liefdevolle handen en of ze nou gered worden of niet, God kent elk kindje bij naam.

Bij de kindermoord in Bethlehem, Mattheus 2:13-13, werd ook maar één Kindje gered, maar dat Kindje was wél de Redder van de hele wereld. In Gods Koninkrijk gelden andere aantallen. Ik heb geleerd om te doen wat God van mij vraagt, de rest laat ik aan Hem over. God bemoedigde mij door de Bijbeltekst uit 1 Korintiërs 15:58: ‘Daarom, mijn geliefde broeders, wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heere, in de wetenschap dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heere.’

Klik hier voor meer informatie over Stichting Schreeuw om leven.