Eva Logo
kerk-zijn tijdens corona
28 juni 2020 in Geloof

Kerk-zijn tijdens corona: Jan en Lilian Wolsheimer richtten een wijkgemeente op

Nu het al maanden niet mogelijk is om als kerkelijke gemeenschap samen te komen rondom Gods Woord, schieten de plaatselijke initiatieven als paddenstoelen uit de grond. Eva ging in gesprek met Lilian Wolsheimer, zij is samen met haar man Jan Wolsheimer (directeur van MissieNederland) verbindend bezig in de wijk waarin zij wonen.

Wie had ooit kunnen vermoeden dat het maandenlang niet mogelijk zou zijn om naar de kerk te gaan? Als we tijdens de biddagdienst op 11 maart hadden geweten dat het de laatste keer was dat we onbevangen met broeders en zusters in de kerk zaten, hadden we denk net wat uitbundiger gezongen en wat meer genoten van het voorrecht om met elkaar in de kerk te mogen zijn. Er zijn al heel wat ‘had ik maars’ door mijn hoofd geschoten. Herkenbaar? Wat kun je er na al die maanden van online kerkdiensten weer naar verlangen om even terug naar het ‘oude normaal’ te mogen gaan. Weer op de manieren waarop elk van ons dat gewend was, onze zondagen in te richten.

Ondanks dat vanaf 1 juli het toegestane bezoekersaantal tijdens een kerkdienst omhoog mag naar honderd, zal het voor velen van ons nog weken duren voordat zij aan de beurt zijn om naar de kerk te gaan. Steeds meer mensen geven aan de kerkdiensten, maar ook de sociale contacten die bij de kerkgang horen, te missen. Overal in Nederland ontstaan mooie initiatieven om elkaar toch te kunnen ontmoeten en met kleine groepjes God te aanbidden en Zijn woord te onderzoeken.

‘Kerk-zijn is gemeenschap rondom Christus’

Jan Wolsheimer, directeur van MissieNederland, sprak daar begin mei over in het Nederlands Dagblad. Volgens hem kun je als kerk niet blijven stilstaan tot het in 2021 misschien eindelijk weer ‘normaal’ gaat worden. Hij adviseert in het betreffende artikel om de focus te verleggen naar kleine groepen in de wijk. Ook waarschuwt hij ervoor dat je geen gemeenschap kunt bouwen door naar een YouTubefilmpje te kijken en geeft aan dat je dan de essentie van kerk-zijn verliest. “Want”, zo zegt hij, “kerk-zijn is met elkaar gemeenschap zijn rondom Christus”. Wolsheimer vindt dat kerken in de coronatijd moeten focussen op kleine groepen en zichzelf de vraag moeten stellen: Hoe kan ik dat nieuwe koninkrijk, samen met de mensen in mijn buurt, vormgeven?  

Verbinding

Nieuwsgierig geworden, nemen wij contact op met Lilian Wolsheimer - de vrouw van Jan - en vragen haar of de uitspraken van haar man hebben geleid tot mooie initiatieven in de wijk waarin zij wonen. Lilian beaamt dit enthousiast, maar geeft wel eerlijk toe dat zij in de eerste instantie wat sceptisch tegenover de plannen van haar man stond: “Toen Jan de gedachte uitsprak dat hij iets wilde organiseren in ons wijk, dacht ik bij mezelf: moet dat nou? We kijken zondags met elkaar de onlinediensten van onze kerkelijke gemeente en ik vond dat eigenlijk wel best. Ik ben iemand die het liefst op de achtergrond blijft en vond het heerlijk om rond tien uur met een kop koffie op de bank te gaan zitten en naar de kerkdienst te kijken. Jan miste de contacten die hij rondom de kerkdiensten had veel meer dan ik en hij gaf aan dat hij behoefte had aan verbinding met andere mensen. Hij wilde proberen om dertig mensen vanuit onze wijk bij elkaar te krijgen voor een Bijbelstudie.

Op zoek naar materiaal om tijdens deze Bijbelstudie te gebruiken kwam hij erachter dat Tear speciaal een Bijbelstudie heeft ontwikkeld om tijdens de coronatijd dichterbij elkaar te komen en elkaar te helpen. Deze Bijbelstudie heet, heel toepasselijk, ‘Kerk met beide benen in de buurt’ en is er op gericht hoe je het koninkrijk van God gestalte kunt geven binnen je wijk en hoe je juist in deze tijd een instrument van hoop en herstel kunt zijn.”

Whatsappje

Lilian vertelt hoe Jan vervolgens naar allerlei mensen uit hun wijk een whatsappje heeft gestuurd om erachter te komen of er animo voor dit idee was. “Ik had er eerlijk gezegd een hard hoofd in”, geeft Lilian toe, “en ging ervanuit dat er weinig mensen op af zouden komen. Maar tot mijn verbazing had Jan binnen no time dertig mensen bij elkaar en moest hij zelfs mensen teleurstellen om geen cononamaatregelen te overtreden. Hij wist zelfs mensen te enthousiasmeren die normaal gesproken niet naar een kerk gingen.

Hier bleef het echter niet bij, want uit deze samenkomsten ontstonden weer nieuwe initiatieven”, vertelt Lilian. “Zo vertelde een jongen met autisme dat hij ernstige geldproblemen heeft. Iets wat je in de kerk niet gauw vertelt, maar wat hij in een kleine groep wel durfde te delen. Hij gaf aan dat hij moeite had om rond te komen en wij bedachten met elkaar iets om hem te helpen. De groep besloot om meteen de whatsappgroep ‘Kook’ op te richten. Een groep waarin de leden kunnen aangeven wanneer zij eten (over) hebben, wat deze jongen kan komen ophalen. De dag nadat de whatsappgroep ‘Kook’ was opgericht, kon hij bij ons het eerste pannetje soep komen halen en al snel volgden er meer maaltijden van andere deelnemers uit de groep”.

Meer aandacht voor elkaar

Bovenstaand initiatief is er een prachtig voorbeeld van dat nadelen ook voordelen kunnen hebben. Hier wordt duidelijk dat er in kleine groepjes meer aandacht voor elkaar is en mensen meer open durven te zijn over hun persoonlijke (geloofs)leven en de problemen waarmee zij worstelen. “In het begin had ik echt mijn twijfels over het initiatief van Jan, het liefst ging ik in een grote menigte op, maar ik zie nu in dat ik meer aan consumeren deed. Sinds wij met elkaar samen komen in de wijk merk ik dat ik het eigenlijk heel fijn vind om me kwetsbaar op te stellen en me daarnaast te verdiepen in de ander”.

‘Ik zie nu dat ik meer aan consumeren deed’

Lilian vertelt dat er mooie gesprekken ontstaan tijdens de Bijbelstudies en dat zij hierdoor mensen in de wijk, waar zij al jaren woont, opeens beter heeft leren kennen. “Zo vertelde een vrouw dat zij twee kinderen met autisme heeft en normaal gesproken niet naar de kerk kan, omdat de kinderen niet stil kunnen zitten. De vrouw vond dit initiatief erg fijn, want hier kon ze haar kinderen wél mee naartoe nemen. Tijdens de Bijbelstudie kunnen de kinderen op een naastgelegen veldje voetballen, zodat ze er wél bij horen, maar het op hun eigen manier kunnen beleven”, geeft Lilian aan.

Na de coronatijd

Lilian zou deze Bijbelstudies na de coronatijd graag willen voortzetten: “Ik hoop echt dat we na de coronatijd door kunnen gaan. Het liefst zou ik dit dan naast de normale kerkdiensten willen doen en misschien ook tijdens een doordeweeks moment. Ik hoop dat er daarnaast ook mensen bij onze groep zullen aansluiten die normaal gesproken geen kerk bezoeken. Wat zou het mooi zijn als we naast verbindend ook evangeliserend bezig mogen zijn!”

Beeld: Dasja Dijkstra