Eva Logo
avondmaal
20 juli 2020 in Geloof

Column: ik mis het Avondmaal

Wat Hanneke misschien wel het meest mist aan kerk-zijn tijdens corona? Het Avondmaal. Brood en wijn kunnen thuis nog vervangen worden door appelsap en roze koek. Maar al die broers en zussen erbij improviseren, dat wordt lastiger.

Hele catechisatielessen heb ik er mee gevuld: wat is avondmaal eigenlijk? Waar denk je dan aan en wat doe je precies? Ik nam een vlag van Nederland mee als illustratie; je kunt hem halfstok hangen om daarmee te laten zien dat je de doden herdenkt of je hangt hem in top omdat er iets te vieren is. Bevrijdingsdag bijvoorbeeld.

Ik heb al heel wat keren avondmaal gevierd en vind het inhoudelijk toch meer lijken op Bevrijdingsdag. Al doen de gezichten van sommige van mijn geliefde broers en zussen soms wat denken aan dodenherdenking. Maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat hun gezicht op die manier gewoon het lekkerst zit. En je lekkerst zittende gezicht, dat mag op een feestje toch?

Feest

Want een feest(je) is het Avondmaal. Wat een wonder dat mijn Heer brak voor mij. Om mij weg te sleuren uit het diepe duister. Bam, in het licht. Gewassen in bloed. En ik mag daarin delen. Dat soort grootse woorden horen er bij het Heilig Avondmaal.

Of nog beter: helemaal geen woorden. Gewoon vieren en beleven. Het meemaken. Naar voren lopen en het brood ontvangen. Toegefluisterd krijgen: ‘Het lichaam van Christus.’ Eten. Drinken. Mijn hart vol van heiligheid en verheven gedachtes. Aangeraakt worden door de stilte.

Oke, meestal gaat het net even anders.

Manlief breekt het brood en spreekt de bijbehorende woorden. Dochterlief tettert door de kerk: ‘Ik zie papa!!!’ Ja kind, ik ook. De zoons vechten een plotseling opgeplopte ruzie uit over mijn schoot of achter mijn rug. Of allebei. Tussen het geschop en getrek door vragen ze of we al eindelijk naar voren mogen.

‘Voor ik het weet neem ik zwetend en met een rood hoofd het brood in ontvangst’

Het orgel speelt iets om de stilte te voorkomen. Als we dan mogen is er acuut chaos, want ik heb twee handen en drie kinderen. Nieuwe ruzie. Wanneer een van de kinderen is afgedropen naar een zus in de Heer op leeftijd (de zus, niet de Heer), doe ik in het korte wandelingetje naar voren mijn best om nog wat vrome gedachtes te koesteren over zonde en bevrijding. Voor ik het weet neem ik zwetend en met een rood hoofd het brood in ontvangst. Hup, kauwen en slikken, voor ik alweer bij de wijn ben. De kinderen bij elkaar vegen zodat ze gezegend kunnen worden en gauw terug naar onze plaats.

Dat mis ik dus.

Echt. Heel. Erg.

Zo, dat is eruit.

Alles liever dan Avondmaal vieren voor een laptopscherm. Ik heb inmiddels Avondmaal gevierd met appelsap en roze koek en met thee en rijstwafel. Je probeert wat hè, improvisatie is een kunst. Maar...hoe improviseer ik mijn geliefde broers en zussen erbij?

Als ik Avondmaal vier zie ik ze allemaal voorbij lopen. Dan kijk ik naar ze en neem ze in mij op. Ik denk dan aan al die mensen die ik al naar voren heb zien lopen in de jaren dat ik Avondmaal vier. Verschillende kerken, verschillende plaatsen, verschillende mensen. Ik houd zielsveel van ze.

‘Alles liever dan Avondmaal vieren voor een laptopscherm’

De tiener die pret maakt met mijn dochter. Zou zij haar zien als het zusje dat ze zelf niet heeft? De jonge vrouw die druivensap neemt. Haar buik begint net te bollen. De vrouw die geen man meer heeft, omdat hij bij haar wegging. De oude man die al twee keer zoveel jaar orgel speelt als ik op de wereld ben. Hij krijgt het brood en de wijn op zijn plaats op de orgelbank aangereikt. De vrouw met littekens op haar armen. De man in een rolstoel. De stellen met kinderen. De oude vrouw achter haar rollator. Met alle butsen en deuken lopen ze daar en ik er tussenin. Samen eten we het brood. Samen drinken we de wijn.

Nou ja, áten we het brood en drónken de wijn. We doen dat nu dus al een paar maanden niet.

Ik weet wel dat ook zij ergens achter een schermpje brood en wijn of iets wat ervoor door moet gaan eten en drinken, terwijl ik thuis een gooi in die richting doe en tegelijkertijd het volume van mijn kinderen, tevergeefs, probeer te regelen. Het voelt alleen alsof mijn mede-Avondmaalsvierders ergens aan de andere kant van de oceaan zijn. Of op Mars, dat zou evengoed kunnen. Ik kan ze niet zien. Niet in hun ogen kijken. Ze niet langs zien schuifelen of zelfverzekerd naar voren zien stappen.

Eenheid

Aan de andere kant, zie ik ook de vrouw van wie ik de kritiek niet kan hebben niet. En de man die ik hypocriet vind. Of de vrouw die ik te oppervlakkig vind. En toch mis ik ook hen. Zo langzamerhand misschien zelfs wel juist hen.

De band Elbow zingt in het lied The night will always win: ‘I miss your stupid face, I miss your bad advice.’ Ik verlang naar mijn broers en zussen. Ik kijk er naar uit om, liever nog vandaag dan morgen, ongeacht hun stupid face en bad advice, samen het brood te breken en de wijn te drinken en zo te vieren dat we één zijn.

Eén met Hem.