Eva Logo
Simone van der Vlugt
29 juli 2020 in Uit & thuis

Interview Simone van der Vlugt over Schilderslief

Bij Eva Leest bespreken we deze maand het indrukwekkende boek Schilderslief. En wie kan daar beter over vertellen dan de schrijfster zelf? Eva belde met Simone van der Vlugt over Geertje, Rembrandt, kunst en geloof.

In Schilderslief wordt het verhaal van Geertje Dircx vertelt. Vanuit het spinhuis blikt ze terug op haar leven en haar vroegere liefde, Rembrandt van Rijn, de man die ervoor zorgde dat ze twaalf jaar lang gevangen zit.

Hoe ben je op het idee voor Schilderslief gekomen?

“Eigenlijk door de research voor mijn andere roman, Nachtblauw. In dat boek komt Rembrandt ook voor. Catrijn, de hoofdpersoon in het boek, klopt aan bij Rembrandt. De deur wordt opengedaan door de huishoudster. Dat was Geertje Dircx. Ik ben me in haar gaan verdiepen en toen las ik dat bizarre verhaal over haar. Toen dacht ik: dit is een onderwerp voor een boek. Ik had nooit veel over Geertje gelezen. Tentoonstellingen en musea schonken geen aandacht aan haar. Alleen de twee andere vrouwen van Rembrandt werden genoemd. Toen was mijn interesse echt gewerkt. Waarom wordt zij genegeerd, vroeg ik me af?”

Geertje verliest onder andere haar thuis, haar geliefde en haar stiefzoon. Wat is volgens jou haar grootste verlies?

“Ik denk haar toekomst. Ik weet niet hoe verliefd ze was op Rembrandt. Misschien zag ze hem alleen als een beschermer. Hoe dan ook, ze verloor al haar zekerheden. Voor die tijd was ze oud, en ze had een zwakke gezondheid. Ze had ruzie met haar familie. In zekere zin was er in de 17e eeuw wel steun vanuit de kerk, maar Geertje was uit de kerkgemeenschap gezet omdat ze ongetrouwd samenwoonde. Dus die hulp kreeg zij niet. Ze verloor haar toekomst.”

In hoeverre is jouw beeld van Rembrandt na het schrijven van dit boek veranderd?

“Dat is behoorlijk veranderd. Ik heb begrepen dat hij in meer dan dertig rechtszaken verwikkeld was. Dat hij zelfs met vrienden ruzie kreeg. Aan het einde van zijn leven had hij niemand meer over. Hij was geen makkelijk mens, maar mijn beeld van hem als kunstenaar is niet veranderd. Hij is en blijft een genie. Misschien moest hij zich wel afsluiten van sociale verplichtingen zodat hij alles kon geven aan zijn kunst. Maar sociaal gezien ging hij er daardoor niet op vooruit. Je kan een brombeer zijn, maar zoals hij Geertje heeft behandeld, dat gaat echt te ver. Ik had niet verwacht dat hij zo wraakzuchtig zou zijn. Dat hij geen vergeving kende.”

Wat heb jij zelf met kunst?

“Kunst is voor mij een manier om dingen te weten te komen. Kunst uit de 17e eeuw heeft een functie voor mij. Schilderijen uit die tijd zijn foto’s uit het verleden. Ze leren mij veel over de tijd waarin mijn hoofdpersonen leven. Ik vind het ook mooi om te zien hoe een likje verf iets kan suggereren.”

Hoe ga je te werk bij het schrijven, aangezien er veel historische research bij komt kijken?

“Het begint met in het wilde weg lezen. Alle informatie absorberen.  Maar ik scan in die fase ook stukken tekst, ik weet precies wat ik wel en niet kan gebruiken. Dan begin ik te strepen en maak ik aantekeningen in de kantlijn. Van de 16een de 17e eeuw weet ik inmiddels al veel, maar daarna schrijf ik een boek over de 19e eeuw of over politiezaken, en dan begin ik weer helemaal opnieuw met researchen. Research is het grootste gedeelte van mijn werk. Maar zo voelt het niet omdat ik het tussen de bedrijven door doe. ‘’

Komen vrienden of familieleden weleens met geschiedenisvragen naar jou toe omdat je er zoveel over weet?

“Nu beeldenstormen actueel zijn en de slavernij veel besproken wordt, stellen mijn kinderen daar weleens vragen over. Daar hebben we het dan samen over. Over Jan Pieterszoon Coen (lees: stichter van Batavia) schreef ik ook een boek. Ik kan veel vertellen over die tijd. Als ik op televisie een quiz zie met geschiedenisvragen doe ik altijd mee, meestal weet ik het antwoord wel. Maar over de Romeinse tijd weet ik bijvoorbeeld veel minder.”

Jij leeft je helemaal in in jouw hoofdpersonen, maar die maken nogal wat mee. Ook veel nare dingen. Hoe schud je al die emoties na het schrijven van je af?

“Daar heb ik nu niet zoveel moeite meer mee. Schrijven is ook een project. Je moet nadenken over de verhaallijnen. Soms ben je alleen met taal bezig, niet met emoties. Het is een ambacht. Tijdens de research voor mijn boek De lege stad, over het bombardement in Rotterdam, liet ik me wel heel erg meeslepen. Ik heb veel verhalen gelezen van mensen die dat echt hebben meegemaakt. Dat raakte me.

Ik vind historische boeken schijven soms wel heftig, want ik kies meestal zware onderwerpen uit. Als ik erg emotionele stukken heb geschreven, ga ik daarna iets luchtigs doen. Kleding kopen in de stad, in de tuin werken of met mijn hond wandelen. Ik ga weer even terug naar mijn eigen leven. Maar als ik in de tweede helft van mijn boek zit, heb ik steeds meer moeite om daarnaar terug te keren. Als ik dan uit eten ga met vrienden, duurt het even voordat ik me kan concentreren op de gesprekken. De hoofdpersoon blijft in die fase tegen me aanpraten. Ik krijg ingevingen hoe een scène gaat lopen. Ik droom ook over mijn boeken. Dat proces heb ik nodig om helemaal in de hoofdpersoon te komen. Als dat niet lukt, voel je als lezer het verhaal niet.”
 

Simone van der Vlugt Schilderslief
Fotograaf: Wim van der Vlugt

In Schilderslief, en ook in andere historische boeken van jou, wordt het geloof benoemd omdat het in die tijd een grote rol speelde in de levens van mensen. Ben jij zelf gelovig?

“Nee, van huis uit ben ik katholiek, maar niet praktiserend. Historisch gezien heb ik wel iets met het geloof. Ik bezoek een kerk niet om God te ontmoeten, maar omdat mensen hun toevlucht hebben genomen tot die plek. Omdat die kerk daar al eeuwen staat. Er zijn begrafenissen en huwelijken geweest, er hangt een bepaalde sfeer. Dat voel je. Maar dat heb ik ook bij andere oude gebouwen.

Wat betreft het geloof heb ik altijd zoiets van: ik weet het gewoon niet. Ik kan niet zomaar blind iets geloven. Ik sluit niet uit dat God bestaat, maar ook niet dat er niets is. Als schrijver heb ik een onderzoekende geest. Ik wil graag ruimdenkend blijven. Als ik aan het schrijven ben over het geloof of over paranormaliteit, dan is het fijn om open minded  te zijn. Op het moment dat mijn personage daarin gelooft, wordt het ook mijn waarheid.”

Het geloof kan moeilijk te rijmen zijn met onrecht. Je kan denken: waarom laat God dit gebeuren?

“Je krijgt geen garanties in het leven, en je hebt ook een eigen verantwoordelijkheid. Ik denk dan: waarom zou ik geloven? Waarom geloof je in God als je zelf verantwoordelijk bent? Wat is de winst? Ik vind het bijzonder dat de een wel godsdienstig is, en de ander niet. Het geloof is iets ontastbaars, en toch geven mensen zich eraan over. Dat is bijzonder. Ik maak ook weleens dingen in mijn leven mee, waarvan ik denk: was dat toeval, of niet?

Ik vind het heel leuk dat mijn boek een platform krijgt bij Eva, hoewel ik geen christelijke boeken schrijf en de kerk niet altijd even positief voorkomt in mijn boeken. Op sommige christelijke scholen zijn een paar van mijn boeken verboden. Over het boek Bloedgeld heb ik mailtjes met kritiek ontvangen. Er bleek veel gevloekt te worden in het boek. Ik schrok ervan. Ik hou helemaal niet van vloeken en kon me niet voorstellen dat ik zoveel scheldwoorden zou gebruiken. Toen is iemand mij de ‘scheldwoorden’ gaan aanwijzen, en bleken ‘jeminee’ en ‘Gatsie’ ook onder gevloek te worden verstaan. Soms komt het weleens voor dat ik een hoofdpersoon laat vloeken omdat ‘potjandriedubbels’ niet uit de mond van een stoere gevangene klinkt. Maar ik wil mensen niet schofferen en probeer rekening met hen te houden. Dat zorgt soms voor een spagaat.”

Welk boek dat je hebt geschreven, is jou het meest dierbaar?

“De boeken over mensen die echt hebben bestaan zijn me het meest dierbaar. Wat ik zelf bedenk is ambachtelijker. Met mijn boek over Geertje, heb ik haar recht kunnen doen. Vorig jaar, het Rembrandtjaar, vond ik heel bijzonder. Geertje werd op alle tentoonstellingen doodgezwegen. Waarom? Ik vroeg het aan musea en de hashtag #teamgeertje werd steeds groter. Nu is Geertje onder andere opgenomen in het Rembrandthuis, en werd zij een herdacht bij het Spinhuis. Heel bijzonder als je dat met jouw boek teweeg kan brengen. Het verbaasde me dat niemand Geertjes verhaal eerder heeft verteld. Het is een dankbare taak om dat af te stoffen. Nog steeds ben ik met Geertje bezig.”

Welk boek heeft jouw leven veranderd?

“Voor mijn carrière is dat Kruistocht in Spijkerbroek van Thea Beckman geweest. Dat boek was het startschot voor mijn liefde voor geschiedenis. Het was echt een eyeopener om daar in die tijd rond te lopen, ik kreeg er echt een wereld bij. De stap naar de historische romans is gezet door dat boek.”

Ik las dat jij je tijdens reizen  graag wil nuttig maken, bijvoorbeeld door de mensen daar te helpen. Wil jij met jouw boeken ook iets betekenen voor mensen?

“Zo is het niet begonnen. Ik heb een innerlijke behoefte om te schrijven. Er wellen verhalen in mij op en die moet ik kwijt.  Maar verhalen  schrijven waar mensen  iets aan hebben, vind ik wel het leukst. Zo krijg je een diepere laag in jouw verhaal. Elke lezer mag zijn eigen boodschap uit het boek halen.”

Eva Leest

Ben jij ook gek op lezen en praat je graag door met andere lezeressen over boeken? Sluit je dan aan bij Eva Leest. De online leesclub van Eva waarbij we elkaar ontmoeten via Facebook en onze antwoorden op gespreksvragen met elkaar delen. In de maanden juli en augustus lezen en bespreken we Schilderslief van Simone van der Vlugt.