Eva Logo
Vrouwelijke predikant Desiree: 'Ik vertrouw dat God Zijn gemeente vasthoudt'
17 november 2020 in Lijf & leven

‘Het is een dorre tijd, maar ik vertrouw erop dat God Zijn gemeente vasthoudt’

Desiree Prins-van den Bosch (33) is sinds 2018 deeltijd-predikant in de hervormde gemeente De Rank in Staphorst. Ze vertelt over haar weg tot het predikantschap, haar uitdagingen in coronatijd én hoe het is dat ook haar man predikant is.

“Ik preek graag over teksten waarin iets staat wat schuurt of onbekend is, zoals Job of Daniël”, vertelt Desiree. “Dat prikkelt mij, dan wil ik weten hoe het zit en hoe je het kunt rijmen met het geloof. Zo preekte ik afgelopen Dankdag over Habakuk. Hij zegt: ‘Al zou de vijgenboom niet bloeien (…) tóch zal ik jubelen in de God van mijn heil.’ In deze coronatijd is het soms lastig om dankbaar te zijn. Hoe kreeg Habakuk dat voor elkaar? Hij is daarin gegroeid, en kreeg die dankbaarheid ook van God. Ik vertaal zo’n tekst dan naar: ‘Al zouden de kantoren leeg blijven, al zou de crisis nog maanden voortduren - tóch zal ik jubelen in de God van mijn heil.’”

Roeping

Aan het eind van de middelbare school ontdekt Desiree dat de studie theologie bij haar past. “Het leek me een leuke, brede studie, waarin je met het geloof en de grote vragen van het leven bezig bent.” Zodoende verhuist ze vanuit Doornspijk, waar ze opgroeide, naar Utrecht om theologie te studeren. “Ik wilde niet per se predikant worden, maar toen ik eenmaal vakken kreeg als preken, exegese en pastoraat, begon het te kriebelen.

Ik vind het mooi om mensen dingen over het geloof te leren en om met hen op te lopen. Ik kwam erachter dat mijn gaven en talenten goed samengaan met het predikant zijn. Het kwam niet op een briefje uit de hemel, maar bij elkaar kun je dit mijn roeping noemen. Dat geldt denk ik voor iedereen; je roeping heeft te maken met gaven en talenten.”

‘Ik denk niet dat de Bijbel een zwartwit antwoord geeft over vrouwelijke predikanten’

“Vanaf het begin was ik serieus bezig met de vraag: is het wel de bedoeling dat vrouwen de positie van predikant hebben? Dat gaat best diep, het gaat over je identiteit. Ik heb de Bijbel doorgespit en er veel met anderen over gesproken. Ook op de opleiding was het een groot thema. Ik denk niet dat je op grond van de Bijbel een heel zwartwit antwoord hebt. Je maakt zelf keuzes in welke dingen zwaar, en welke minder zwaar wegen. Uiteindelijk heb ik de vrijmoedigheid gevonden om predikant te worden. Er zijn mensen die dat niet hebben, daar heb ik ook respect voor. Vanuit mijn omgeving kreeg ik alleen maar positieve reacties, mijn familie kon er helemaal achterstaan.”

Moeder en predikant

Bij de studentenvereniging ontmoet Desiree Evert-Jan, met wie ze trouwt. In 2012 studeert ze af, ze is dan 25 jaar - en in verwachting. “De eerste jaren heb ik thuisgezeten. Ik vond het verstandig om eerst wat levenservaring op te doen, voordat ik een gemeente ging dienen. Ik voelde me snel het ‘meisje’ als ik bij oudere mensen op de bank zat voor een pastoraal gesprek. Mijn man is wel vrij snel predikant geworden, dat ging even voor.”

‘Ik dacht echt: Staphorst?! Dat had ik nooit verwacht’

In de jaren die volgen krijgen Desiree en haar man drie dochters. Naast zorgdragen voor haar gezin geeft Desiree catechisaties en verricht ze pastoraal werk. Totdat ze in 2017 wordt gebeld door PKN-gemeente De Rank in Staphorst, met de vraag of ze hun predikant wil worden. “Ik dacht echt: ‘Staphorst?!’ Iedereen heeft daar een beeld bij. Ik had echt nooit verwacht dat ik daar beroepen zou worden. Maar een vrouwelijke predikant is voor die gemeente geen issue.”

Desiree neemt het beroep aan en wordt in 2018 bevestigd. “Ik werk voor vijftig procent, naast iemand die er al langer stond en nu bijna met pensioen gaat. Voor mij was het heel fijn om daar te beginnen, het is een mooie gemeente met veel jeugd. Mijn accent ligt meer op de jeugd en jonge gezinnen, het accent van mijn collega ligt bij de ouderen.”

Getrouwd met een dominee

Desiree woont met haar gezin in Daarle, waar haar man predikant is. “Omdat ik voor vijftig procent werk, ga ik regelmatig naar zijn kerk. Maar met dagen zoals Kerst en Pasen ben ik in Staphorst. Op dat moment is dat wel lastig voor ons gezin: dan zou je wel liever willen dat je in dezelfde kerk zit.”

‘Heel handig om samen te kunnen sparren over preekonderwerpen’

“Eén keer per week ga ik naar Staphorst, verder werk ik thuis. Mijn man en ik hebben allebei een aparte studeerkamer. We zien elkaar veel, we drinken vaak even samen koffie. Als je met een preek bezig bent, is het vaak een uitdaging om de Bijbeltekst te vertalen naar onze tijd. Dat bespreken we vaak met elkaar, en we vragen of de ander nog ideeën heeft. Heel handig om met iemand te kunnen sparren! We moeten wel oppassen dat we het er niet té veel over hebben, soms moeten we duidelijk afspreken om ergens anders over te praten.”

Verbondenheid in coronatijd

Op papier telt De Rank 1.200 leden, maar in normale tijden komen er zo’n 150 mensen op een zondag naar de kerkdienst. “Die onderlinge verbondenheid is een grote uitdaging, zeker in deze tijd. Iedereen kan de online dienst meemaken, maar hoe houden we elkaar vast? Doordat mensen niet trouw naar de kerk gaan, is er weinig ‘wij-gevoel’.

Sommigen denken dat de coronacrisis een slag zal zijn voor gemeente van Christus, maar ik denk dat het een versnelling is van de dingen die al gaande waren. Mensen die anders zouden afhaken, doen dat nu eerder. Ook in Staphorst gaat de secularisatie zijn gang. Ik probeer het verlangen naar God en het geloof in het dagelijks leven te thematiseren in catechisaties en preken. Verder ligt het in Gods hand. Ik merk door de crisis hoe beperkt ik ben: ik kan niet een gemeente bij elkaar houden. Het is belangrijk om te blijven bidden en te vertrouwen dat God de gemeente in Zijn hand houdt.”

‘Ik merk door de crisis hoe beperkt ik ben. Het ligt in Gods hand’

“Ik wil een herder voor iedereen zijn, ik hoop dat iedereen zich bij mij thuis voelt. Ik heb niet de illusie dat er ineens een hechte gemeenschap ontstaat, maar ik zoek wel manieren om verbondenheid te creëren. Laatst heeft iemand die niet naar de dienst kan komen vanwege zijn hoge leeftijd, de schriftlezing gedaan via een video. Zo wil ik kriskras door de gemeente gaan.

Ook heb ik de laatste tijd ‘gevlogd’ om mensen een hart onder de riem te steken. Ik behandelde een boekje van Tom Wright, dat hij tijdens de eerste golf heeft geschreven over God en de pandemie. Hij focust niet zozeer op de vraag waarom het coronavirus er is, maar wat God van ons vraagt in deze tijd. Hij vertelt hoe christenen in de geschiedenis bij pandemieën - zoals de pest - niet wegvluchtten, maar bij de zieken bleven om hen te verzorgen. Ik denk dat dat ook onze roeping is. Vlucht niet weg in je eigen bubbel, maar bedenk: wie is er eenzaam, met wie kan ik een praatje maken?”

Hoop

“Ik vind het fijn dat veel mensen trouw de kerkdiensten bekijken, echt de schouders eronder zetten en verbonden blijven met God in deze tijd. Daar houd ik me aan vast. Het is nu een droge, dorre tijd, maar ik vertrouw erop dat er andere tijden gaan aanbreken. Dan pakken we het gemeentewerk weer op. Mijn hoop is dat we dat geduld kunnen bewaren en elkaar blijven vasthouden.

Als mensen het lastig vinden om kerkdiensten vanuit huis mee te beleven, raad ik aan om serieus te kijken hoe je het aanpakt. Spreek bijvoorbeeld met een ander gezin af dat je de ene week alle kinderen bij het ene gezin zet, de week daarop bij het andere gezin. Ga ook op zoek naar manieren om meer met God bezig te zijn, door bijvoorbeeld podcasts te luisteren tijdens een wandeling.”

Lees ook: Mathilde (28), dominee in Syrië: 'Als er geen mannen meer zijn, doe ik het!'