Eva Logo
Sarah van der Maas, nooit meer wachten
9 december 2020 in Uit & thuis

'Ideaal leesweer? Flink regen en wind'

Sarah van der Maas schrijft op haar vijfentwintigste een debuut en ontving lovende reacties. Nooit meer wachten zat vanaf haar vijftiende in haar hoofd, maar werd pas in 2020 als boek uitgegeven want ze moest eerst wat meer ‘levenservaring’ opdoen, zo vond ze zelf.
Nooit meer wachten

Nooit meer wachten gaat over jongetje Gabriel dat in de Eerste Wereldoorlog in niemandsland verkeert. Samen met een driepotige hond struint hij oorlogsgebied af op zoek naar eten en schatten. Zijn ouders heeft hij al een lange tijd niet gezien. Met een Duitse majoor heeft hij vriendschap gesloten. Hij zorgt voor hem en vertelt hem spannende verhalen. Maar dat Gabriel een Engelse soldaat verborgen houdt, kan hij de majoor niet vertellen. Het is oorlog en iedereen wil zijn eigen hachje redden, zelfs als daar een kind het slachtoffer van wordt.

Hoe ontstond het idee voor Nooit meer wachten?

‘’Tijdens een zomervakantie ging ik met mijn vader, broertje, opa en oma naar Ieper in België. Een plek waar in de Eerste Wereldoorlog veel gevochten is. Je kunt daar veel musea over die tijd vinden, en loopgraven die gereconstrueerd zijn. In eerste instantie had ik niet zoveel met de Eerste Wereldoorlog. Ik vond de verhalen uit de Tweede Wereldoorlog interessanter. Maar toen ik in een museum foto’s bekeek van soldaten, bedacht ik me hoe bizar de Eerste Wereldoorlog is geweest. Het loopgravenstelsel waarin de soldaten leefde was zo’n andere wereld dan de wereld die ze kende.

‘Daar moet ik een keer iets meedoen,’ schoot er door mij heen. Maar ik was nog maar vijftien en ik schreef alleen verhalen voor kinderen en jongeren. Ik dacht: als ik dit verhaal wil schrijven moet ik eerst levenservaring opdoen. Het idee heb ik daarom geparkeerd. Met het idee: op een dag ga ik het uitwerken.’’

Inmiddels ligt het verhaal in de schappen, hoe is het om jouw verhaal te delen?

‘’Schrijven is leuk, maar om het verhaal te kunnen delen met anderen is het allerleukste. Dat mensen positief reageren op het boek vind ik zo gaaf.’’

Hoe was het om in de huid te kruipen van twee mannen en een klein jongetje?

‘’(Lachend) Leuk! Op een of andere manier schrijf ik bijna nooit over vrouwen. Ik weet niet hoe dat komt.  Misschien vind ik mannen gewoon interessanter. Maar ik houd er ook van om in de huid van iemand te kruipen die ver van mij afstaat. Hoe ik me verplaats in de personages? Dat ging eigenlijk vanzelf. Zeker bij de majoor. Ik ging zitten om te schrijven en vervolgens lukte het me gewoon.’’

De enige vrouw in het verhaal met een stem is Berthe. Van Berthe’s gedachten krijg je niet veel mee, terwijl zij uiteindelijk heel belangrijk is voor een van de hoofdpersonen. Waarom koos je ervoor om drie mannen dit oorlogsverhaal te vertellen?

‘’Oorspronkelijk begon ik het verhaal met meer hoofdpersonen. Ik had wel zes of zeven verhaallijnen, waarvan er twee over vrouwen gingen. Een daarvan ging over Gladys, de moeder van Sid. Zij vertelde het verhaal vanaf het thuisfront Engeland. En Felicia was er ook, een Engels meisje dat brieven schreef aan de jongens. Maar mijn redacteur zei: ‘Er moeten echt wat mensen uit het verhaal.’ De twee vrouwen vielen af omdat ze uiteindelijk minder met het verhaal te maken hadden.’’

Berthe fluistert tegen Gabriel: ‘Geloven is zo moeilijk als je er niets van ziet.’ Herken jij wat zij fluistert?

‘’Ja, dat vind ik wel lastig aan het geloof, dat je het niet kunt zien of vastpakken. Elke keer moet ik me weer realiseren dat het geloof echt is, en dat het niet alleen iets is dat in mijn hoofd bestaat. Het hele punt van geloven is dat je ondanks dat je er niet altijd iets van ziet, aanneemt dat het er wel is. Dat je op momenten dat je God niet ziet, bedenkt: maar Hij is er wel, want zo staat het in de Bijbel geschreven. Dan kan ik niet anders meer dan dat te geloven.’’

Een ander kort gesprek over het geloof is er eentje tussen Ralph en Sid:

Sid:‘Waarom zouden er geen wonderen bestaan?’
Ralp: Kun jij in wonderen en in cijfertjes geloven?
Sid denkt even na. ‘Jawel, zegt hij ten slotte. De statistiek is zo goed, weet je, dat moet wel in de hemel bedacht zijn.

Jij studeerde geschiedenis en in dit boek gaat het over de Eerste Wereldoorlog. Waar zie jij wonderen in zulke duistere tijden?

‘’Ik denk dat je voorzichtig moet zijn met het duiden van wat wonderen waren in de geschiedenis. Waar Gods hand in was. Ik denk dat wonderen in het kleine zitten. God is bij iedereen. Dus wonderen moet je vooral op persoonlijk vlak zoeken. Er zijn verhalen van soldaten in de loopgraven die geraakt werden door een kogel, maar dat de kogel afketste op een aansteker die ze in hun borstzakje droegen. Is dat een wonder? Ik denk het wel op dat moment voor die persoon.

Ik zie het wonderlijke in hoe het leven verloopt. Om een concreet voorbeeld te noemen op werkgebied: ik ben tekstschrijver en vaak heb ik werk, maar regelmatig zit ik ook zonder. Op momenten dat ik het niet druk heb, kan ik dan gaan denken: wat moet ik nu doen? Wanneer komt er weer eens een klus binnen? Maar precies op dat moment komt er dan een berichtje van iemand binnen met een opdracht waar ik dan mee aan de slag kan. Dat kan ook een wonder zijn.’’
 

Sarah van der Maas, nooit meer wachten.

Welke les haal jij uit de geschiedenis?

‘’In de geschiedenis zie je vooral terug dat iedereen uiteindelijk voor zichzelf kiest. Natuurlijk zijn er ook veel goede dingen gebeurt in de geschiedenis. Mensen die zichzelf hebben opgeofferd voor anderen. Ik ben me nu aan het verdiepen in het einde van de Tweede Wereldoorlog. Ik lees over de Duitsers die vanuit Pruisen op de vlucht sloegen voor de naderende Russen. En op een gegeven moment kunnen ze geen kant meer op. Ze kunnen nog maar aan boord gaan van één schip. Er brak enorme paniek uit. Mensen gingen vechten om zelf op dat schip te kunnen komen. Kinderen en andere mensen om hen heen werden genegeerd. Mensen kiezen op dat moment voor zichzelf. Dat ziet diep in de mensheid.’’

Jouw boek heet Nooit meer wachten; waar zou je juist wat vaker op mogen wachten?

‘’Ik zou meer geduldiger mogen wachten met wat God met mijn leven voorheeft. Ik vraag me regelmatig af: wat moet ik nu gaan doen? Ik ben tekstschrijver en woon weer thuis. Ik heb regelmatig opdrachten, maar er zijn ook momenten dat ik niks te doen heb. En dan denk ik: misschien moet ik eens een ‘echte’ baan gaan zoeken.

Maar het schrijven is wel echt iets waar ik mee door moet gaan. Ik krijg veel positieve reacties over mijn schrijfwerk. Dat mensen iets hebben gehad aan een tekst die ik schreef. Ik vind schrijven leuk, maar het is ook echt nuttig. Dat voelt als een bevestiging, dat ik het moet blijven doen zolang ik daar de kans voor heb.’’

Kunnen we een nieuw boek van je verwachten?

‘’Ja, ik ben bezig met het vooronderzoek voor een nieuw boek. Het verhaal speelt zich af in de Tweede Wereldoorlog.’’

In december gaan we met onze boekenclub Eva Leest jouw boek lezen. Wat is jouw favoriete leesplek?

‘’Ik lees vooral thuis op de bank, en de laatste tijd lees ik graag tijdens de lunch of het ontbijt. Met een boek op schoot, en een bord eten erbij. Qua ideale weeromstandigheden om te lezen, ben ik geneigd om te zeggen: regen en storm. Dan kan ik niet naar buiten en vind ik de rust om met een boek te zitten. Buiten in de zon is ook fijn, maar flink waaien en regenen is echt leesweer vind ik.’’

Lees ook: Simone van der Vlugt over Schilderslief 'De boeken over mensen die echt hebben bestaan zijn me het meest dierbaar.'

Sarah van der Maas deelt achtergrondverhalen over 'Nooit meer wachten' op haar blog.

Foto: Judith Jockel