Eva Logo
Transgender volgens het boekje
6 januari 2021 in Lijf & leven

Anna was altijd al Martin

Een zonnige zomerdag op een terras. Moeder Nanette* (50) laat trots foto’s zien van haar tweeling, een zoon en een dochter. Het is onmiskenbaar een tweeling, het jongetje stoer met een korte coupe, zijn zusje met langer haar, meisjesachtig. Martin* en Sarah*. Alleen is Martin geboren als Anna. “Toen Anna drie was, zei ze voor het eerst dat ze liever een jongetje wilde zijn.”

Nanette: “Ik ben altijd alleen geweest. Op mijn 37ste raakte ik niet gepland zwanger. Het was echt ‘paniek all over the place’! Toch schreef ik de dag van de zwangerschapstest ook ‘lief kindje van me’… Het bleken zelfs twee kindjes te zijn. Ondanks de start werd het een goede zwangerschap. Met 20 weken hoorde ik dat het twee meisjes waren en met 38 weken werden ze met een keizersnede geboren. Ik was stapelverliefd!”

Jongetje

“Anna was drie toen ze voor het eerst zei dat ze eigenlijk een jongetje wilde zijn. Voor mij kwam het totaal uit de lucht vallen. Ik zou geen spat minder van haar houden. Tegelijkertijd realiseerde ik me wel dat het ingewikkeld zou worden. Hoe ik zelf over transgenders dacht? Dat wist ik eigenlijk niet. Vroeger vond ik het aanstellers, maar wat wist ik ervan? En op dit punt ging ik er nog helemaal niet van uit dat Anna écht een jongetje wilde zijn. Ik hoopte dat het over zou gaan. Ze was gewoon een stoer meisje met kort haar, stoere schoenen en een Cars T-shirt. Daarnaast was ze er een van een tweeling. Naast een praatgrage zus vond ik het logisch dat Anna aan de andere kant ging zitten om een eigen ik te ontwikkelen.

Vanaf haar derde droeg ze geen rokjes meer. In de winkel zochten we naar stoere meisjesonderbroeken en kleren waar niet overal hartjes en bloemetjes op stonden. Ik was elke keer blij als ik jongenskleren vond die voor stoere meisjeskleren konden doorgaan. Bij de kapper mocht ze zelf haar kapsel kiezen. Dat werd heel kort.

Anna werd ook vaak als jongetje benaderd. Bij het gymmen in groep 3 werd ze door ouders die meehielpen vaak naar de jongenskleedkamer gestuurd. Op school noemden veel kinderen haar ‘hij’. Dat corrigeerde ik altijd. Je kunt toch ook een meisje zijn met kort haar en stoere kleren?! Ik weet nog dat we een keer samen een tv-reclame zagen met een stoere vrouw. ‘Zo kan het dus ook,’ zei Anna. Ik heb ook wel tegen haar gezegd dat ze er met iemand over kon praten. En intussen was ze gewoon mijn stoere meisje.

‘Mijn kind is nu gelukkig, maar ik ben wel mijn dochter verloren’

Vlak voor ze naar groep 7 zou gaan, werd ze door kinderen in de buurt uitgescholden voor transgender. Helemaal overstuur kwam ze thuis. Toen ik vroeg: ‘Denk je dat je het bent?’, antwoordde ze ‘nee’. Een paar weken later gaf ze me een briefje: ‘Wil je met mij praten over wat er is gezegd?’ In diezelfde tijd kwam ze helemaal stil uit school en kon ze alleen maar in een stevige omhelzing tegen me aan zitten.

Toen heb ik hulp voor haar gezocht bij een coach, een kinderarts en psycholoog. Ik hoopte dat ze mocht leren dat er veel ruimte is tussen op en top vrouw en honderd procent man zijn. Dat ze een vorm zou vinden die bij haar paste. En dat ze daarbij aan de kant van haar geboortegeslacht kon blijven. Bij veel kinderen die genderdysforie ervaren, verdwijnt de verwarring bij het ouder worden. Maar door de gesprekken heen bleek er geen twijfel mogelijk. Anna was heel consequent in wat ze zei. Een transgender volgens het boekje, zoals haar coach het noemde.”

Definitief

“Het definitief horen was pijnlijk. Het is een verscheurend en verdrietig proces. Mijn kind is nu gelukkig, maar ik ben wel mijn dochter verloren. Ook in dagelijkse dingen word ik daarmee geconfronteerd: onlangs ging ik een eerste bh kopen met Sarah. Met Martin zal ik dat nooit doen. Voor Sarah is het een aardbeving in haar leven. Zoals ik niet zat te wachten op een zoon, zat zij niet te wachten op een broer. Het ging haar veel te snel én ze moest zichzelf binnen hun tweelingzijn opnieuw ‘uitvinden’. Het rouwen is eenzaam. Er is ook geen ritueel voor, zoals dat er wel is als iemand overlijdt.”

School

“Aan het eind van groep 7 heb ik bespreekbaar gemaakt dat Anna zich niet meer op haar gemak voelde: ze zich moest omkleden bij de meisjes met gym en gebruikmaken van de meisjes-wc. Anna is in de zomervakantie daarna in sociale transitie gegaan, zoals dat heet. Hij leeft nu als de jongen die hij altijd al was en heet Martin.

De school wist van het coachingstraject en heeft dit vervolgens goed opgepakt door aan het begin van groep 8 een informatieavond voor ouders te beleggen over genderdysforie. Op deze avond sprak onder anderen dominee Marc ten Brink, die ook de gespreksgroep Transgender & Geloof begeleidt. Ik heb zelf niet veel gezegd. De paar ouders die er moeite mee hadden, deden vooral hun mond open. De meeste ouders zwegen, maar bleken achteraf wel degelijk supportive. Eén moeder zei dat ze blij was dat haar kind geen vrienden was met Martin. Dat vond ik echt verschrikkelijk. Voor de kinderen in de klas was het geen enkel probleem. Het was ook niet zo dat er tot de zomer een meisjesachtig kind naar school was gegaan.”

Kerk

“Ook voor de kerk moet het door de jaren heen zichtbaar zijn geweest dat Anna een meisje was dat altijd in jongenskleren liep. Toen ik om pastorale zorg vroeg voor mijzelf, werd mij verteld dat eerst een standpunt moest worden bepaald. De raad vond het een ingewikkeld gebeuren. Ik kreeg te horen dat mijn kind volledig geliefd is, maar dat zij wel moesten nadenken. Op mijn vraag waarover nagedacht moest worden, heb ik nooit echt een antwoord gekregen. Al met al heb ik mij in de steek gelaten gevoeld door de plek waar ik mij veilig waande. In het leven van mijn kind zal afwijzing sowieso een groot thema zijn. Het is niet zo dat de rest van de maatschappij hier heel makkelijk over doet. Maar dat dat in de kerk begint, vind ik enorm pijnlijk.

Het heeft mij geleerd dat het bij God gaat om liefde, om zijn (en niet om doen) en dat het hebben van een mening misschien wel vaak voorkomt uit angst voor de vrijheid die God ons geeft. Waarom moeten we overal een mening over hebben? Wordt ons niet veel meer bescheidenheid geleerd? Als ik deze weg ga met mijn kind, word ik dan afgewezen bij de hemelpoort? Ik weet het niet, maar ik denk het niet. Ik worstel ermee als ik christenen tegenkom die hier heel stellig in zijn. Die van mening zijn dat je niet mag ingrijpen in de scheppingsorde. Dat doen we toch voortdurend?! Als jouw kind astma heeft, geef je het toch ook medicijnen en zeg je niet ‘je moet gewoon goed ademen’? Of neem autisme, ADHD of orgaandonatie.

‘Als jouw kind astma heeft, geef je het toch ook medicijnen?’

Ik heb niet geworsteld met de vraag of dit een weg is die ik van God wel of niet zou mogen gaan. Mijn belang was en is het geluk van mijn kind.  En het mooie is: dat geluk heeft God ook voor ogen. Mijn kinderen kregen die tekst uit Jeremia 29:11 mee toen ze werden opgedragen.

Ten diepste wens ik dat we steeds meer leren leven in de liefde en dat we erkennen hoe moeilijk dat is. Hoe gebroken het leven is. Het zou heel fijn zijn als het duidelijk in de Bijbel stond dat transitie verboden is, maar dat staat er niet. Als ik in Genesis lees dat God de mens schiep naar Zijn beeld, man en vrouw schiep Hij hen, dan heeft God dat allebei in zich. Misschien weerspiegelt mijn kind dus wel meer het beeld van God dan jij en ik. Hoe dan ook: voor God maakt het niet uit. Hij houdt van wie je bent. Het gaat bij God om zijn en niet om doen. Zo presenteert Hij zich ook aan Mozes: Ik ben die Ik ben.”

*Omwille van hun privacy zijn de namen van Nanette, Anna, Martin en Sarah gefingeerd.

Lees het hele verhaal van Nanette* in Eva 8! Nog geen abbonee? Klik hier.

Lees ook: Handreikingen rondom genderdysforie van psychosociaal therapeut Jonathan Top