Eva Logo
Directeur Marianne Havinga: 'Ik had nog nooit van Mercy Ships gehoord'
20 januari 2021 in Hoofd & hart

Directeur Marianne Havinga: 'Ik had nog nooit van Mercy Ships gehoord'

Wat begon als een half jaar vrijwilligerswerk op een ziekenhuisschip, groeide uit tot een avontuur dat inmiddels ruim tien jaar duurt. Directeur Marianne Havinga kijkt terug op haar eerste jaren bij Mercy Ships en vertelt hoe die ervaring haar leven beïnvloedde.

Als je vijftien jaar geleden aan Marianne had gevraagd of ze Mercy Ships kende, zou het antwoord nee zijn. “Ik had nog nooit van Mercy Ships gehoord. Ik was al een aantal jaar aan het zoeken naar een organisatie die paste bij wat ik wilde. Inmiddels was ik zeven jaar werkzaam in de hoek van marketing en reclame. Heel wat anders. Ik wilde graag iets mensgerichts en praktisch doen. In 2008 kwam ik iemand tegen met wie ik die verlangens deelde. Die persoon wees me op Mercy Ships. Ik dacht: ik zou wel een halfjaar met zo’n ziekenhuisschip mee willen. Zo is het begonnen. In 2009 ben ik aan boord gegaan. Niet wetende dat het zo’n mooie reis zou worden met Mercy Ships.”

Het avontuur begon met een half jaar vrijwilligerswerk. Inmiddels werkt Marianne al ruim tien jaar bij Mercy Ships. Van 2009 tot 2012 was ze op het schip. Ze voer naar onder andere Togo, Zuid-Afrika en Sierra Leone. “Ik werkte op de HR-afdeling en verzorgde de personeelszaken. In een jaar komen zo’n twaalfhonderd mensen op het schip. Dat zijn tweehonderd mensen aan vaste bemanning en ongeveer duizend mensen die voor kortere tijd komen. Mijn werk was om dat in goede banen te leiden. Ik had een kantoorbaan van acht tot vijf.”

'Je ziet heel direct voor wie je het doet'

“Daarbij deed ik ook een minor job, zoals we dat noemden. Ik hielp op woensdagochtend mee in het oogteam. Mensen die blind waren begeleidden we vanaf de kade het schip op en naar het ziekenhuis. Dat was leuk om te doen. Je ziet heel direct voor wie je het doet. Bijzonder om mee te maken dat die mensen weer konden zien als ze van het schip afkwamen.”

Handen en voeten

“Op het moment dat ik vertrok, was ik heel erg bezig met mijn geloof. Ik vond het fijn om zondag en doordeweeks in de kerk te zijn en te praten over het geloof.” Marianne denkt even na en vervolgt dan: “Wat ik een beetje miste, was om in afhankelijkheid van God te leven. In Nederland heb je toch een soort zeker bestaan. Hoewel niks zeker is natuurlijk, maar je hebt werk. Ik had de zegen om gezond te zijn. Als je dan ziet hoeveel mensen dat niet hebben. Per jaar overlijden er miljoenen mensen omdat ze geen toegang hebben tot zorg. Ik wil graag iets uitdelen van de rijkdom die wij gekregen hebben. Mijn verlangen was om het geloof handen en voeten te geven bij Mercy Ships.”

“Op het schip woonde ik één dek boven het ziekenhuis. De hele dag door zie je patiënten door de gangen en op de kade lopen. Dat maakt het werk zo bijzonder. Je ziet zo veel onrecht in de wereld. Het is heel speciaal als je een onderdeeltje mag zijn van dat grote geheel bij Mercy Ships om iets aan dat onrecht te doen. De een maakt schoon en de ander opereert. Met een groep heel normale mensen mag je in het Koninkrijk aan de slag en gebeuren er heel mooie dingen.”

Directeur Marianne Havinga: 'Ik had nog nooit van Mercy Ships gehoord'

Zelf doen

“Mijn eerste woorden als klein kind waren ‘zelf doen’”, lacht Marianne. “Op het schip heb ik geleerd om afhankelijk te zijn van God. Drie jaar lang heb ik ver weg van huis en vrienden geleefd. Zonder salaris. Je merkt dat God dat allemaal leidt. Dat heeft me echt veranderd. Het centrale woord daarin is vertrouwen. Vertrouwen op God en Zijn leiding. Je maakt keuzes die niet vanzelfsprekend zijn, omdat je weet dat God erbij is.”

Marianne geeft een voorbeeld. “Na twee jaar raakte mijn huis uit verhuur. Die inkomsten vielen dus opeens weg. Ondertussen waren mijn financiën zo’n beetje opgedroogd. Ik zou oorspronkelijk maar voor een halfjaar meegaan. Op hetzelfde moment werd aan mij gevraagd of ik langer op het schip wilde blijven. Toen moest ik een keuze maken. Mijn eerste instinct was om familie en vrienden te bellen of ze me extra wilden sponsoren. Ik besloot om te wachten en heb het eerst een week lang in gebed gelegd. Ik had het nog aan niemand verteld. Na een paar dagen stond er een vrijwilliger in mijn kantoor.”

'Patiënten komen met doffe ogen binnen en gaan stralend weer weg'

“Zij vertelde dat ze die nacht een droom had gehad. Ze zei: ‘Ik ben hier voor drie maanden, maar ik ben gesponsord voor een jaar. Ik wil dat geld met jou delen. Dat kreeg ik op mijn hart.’ Dat was heel bijzonder. Toch zat ik nog met mijn huis in Haarlem, dat moest verhuurd worden. Ik twijfelde of ik niet terug moest. Plotseling kreeg ik een e-mail van mijn buren: ze gingen een grote verbouwing doen. Mochten ze voor de komende negen maanden mijn huis huren? Toen had ik een antwoord. Dat heb ik echt als leiding ervaren.”

Epileptische aanvallen

Tien maanden per jaar is het ziekenhuisschip actief in een havenstad. Twee maanden per jaar ligt het schip in een dok voor onderhoud. Ook in die maanden was Marianne druk bezig, in het zogenoemde Advance-team. “Ik woonde dan een paar maanden aan wal om de komst van het schip voor te bereiden. Je ziet nog meer wat de armoede in een land is. Je leert de lokale bevolking ook beter kennen. Van alle kanten werd je uitgenodigd. Mensen die niks hadden, deelden nog uit van niks. Dat ervaarde ik als heel bijzonder.”

'Ik heb ten diepste ervaren wat het geloof betekent'

“Wat me bijblijft zijn toch echt de patiënten. Je ziet mensen veranderen. Door de zorg, maar ook door de liefde en aandacht die ze aan boord krijgen. Nieuwe patiënten komen met doffe ogen binnen en als ze weer weggaan zijn hun ogen gaan stralen. Ze hebben weer moed voor de toekomst. Zo was er een jongen die epileptische aanvallen had. Tijdens een aanval liep hij een brandwond op. Hij was ervan overtuigd dat het een vloek was, terwijl hij er niets aan kon doen. Die jongen hebben we kunnen helpen. Dat zijn patiënten van wie het leven veranderd is. Dat is heel mooi om mee te maken.”

Kleintje op komst

Marianne ontmoette bij Mercy Ships haar man Nico. Ze vertelt: “Nico had zich aangemeld als vrijwilliger. Hij wilde hier zijn sabbatical invullen. Ik werkte als HR-manager op de afdeling die vrijwilligers aan boord hielp. Op een informatieavond raakten we aan de praat. In 2018 vroeg hij me ten huwelijk in een trainingsvliegtuig van de MAF (Mission Aviation Fellowship, red).”

Directeur Marianne Havinga: 'Ik had nog nooit van Mercy Ships gehoord'

Inmiddels hebben ze samen een gezinnetje. Tijdens de eerste lockdown in maart werd zoontje Joshua geboren. Marianne is in verwachting van een tweede kindje. “Joshua betekent God redt. Op zijn geboortekaartje staat Jozua 1:5. I will never leave you nor forsake you. We ervaren dat in het dagelijks leven. Ook al zijn de laatste jaren heel intensief geweest, God is er altijd bij. Dat geeft mij rust. We hebben bij Mercy Ships ten diepste ervaren wat het geloof betekent. Nico en ik bidden dat we Joshua en zijn broertje of zusje dat ook mogen meegeven.”

In verband met de komst van een tweede kindje neemt Marianne vanaf april een andere rol aan bij Mercy Ships. Marianne zal haar taken als directeur overdragen en stapt zelf in de functie van parttime relatiebeheerder.

Wist je dat Mercy Ships een nieuw schip erbij krijgt? De Global Mercy wordt het grootste ziekenhuisschip ter wereld. In het najaar 2021 is het schip twee weken te zien in de haven van Rotterdam.

Lees ook: Debbie is doula: ‘Ik wil een dienende vrouw zijn’

Beeld: Mercy Ships