Eva Logo
Zendeling in Roemenië
26 februari 2021 in Lijf & leven

Nathalie is zendeling in Roemenië

Als vierjarige zei Nathalie Oliveira (40) al tegen haar moeder dat ze zendeling wilde worden. Dat is uitgekomen, eerst in Brazilië en nu in Roemenië. Ze woont al vijftien jaar in het buitenland. 'Dit is waar God mij stuurde.'

Nathalie wilde altijd al met kinderen werken. Ze maakte vanaf haar zestiende korte zendingsreizen, maar na een bijeenkomst waar Herman Boon sprak over een school voor kinderwerkers in Den Helder, ging Nathalie daar naartoe. “Daar leerde ik veel over het omgaan met kinderen die misbruikt zijn en straatkinderen. Dat bevestigde voor mij wat ik wilde gaan doen. Via een nieuwsbrief van zendelingen in Brazilië kreeg ik de bevestiging om daar ook naartoe te gaan. Ik stapte op het vliegtuig zonder te weten waar ik precies terecht kwam en hoe mijn leven eruit zou gaan zien. In Brazilië leerde ik Ednilson kennen met wie ik trouwde en drie kinderen kreeg: Sara, Joana en Jonathan.”

Heel anders

“Mijn man was elke vrijdag bij een gebedsbijeenkomst waar ze altijd voor een ander land baden. Die dag was het Roemenië en Ednilson voelde tijdens het bidden dat God zei dat hij daarheen moest. We waren toen al een tijd aan het bidden en zoeken, want we voelden dat God een ander plan voor ons had. Ednilson vertelde mij dat vlak voordat we op verlof naar Nederland gingen. We planden er drie weken Roemenië aan vast om te gaan kijken en ook om een bevestiging van God te krijgen.

'Ik maakte me zorgen om de kinderen'

We vonden een plek en organisatie die goed bij ons leek te passen, maar ik maakte me zorgen. Hoe zou het voor de kinderen zijn, een andere plek en een andere taal, hoe doen we dat? Ik bad ervoor en God liet me weten dat Hij wilde dat we daarheen gingen en dat Hij ervoor zou zorgen dat alles goed zou komen. Dat hebben we ook echt ervaren, alles is goed gekomen. Er was nergens een huis te huur, maar wij hebben toch een huis kunnen huren. We baden voor een plek met fruitbomen, daar staat het vol mee. We zitten op een goede afstand van de school. De kinderen gingen zonder problemen naar school, wat ze daarvoor al een tijdje niet meer deden. Mijn oudste dochter is heel gevoelig en zij huilde in Brazilië elke dag als ze naar school moest. Op school vonden ze dat onzin, ze moest maar gewoon komen. Ik ben toen thuis les gaan geven. Het was daarom een gebedsverhoring dat de kinderen weer naar school konden.”

“Een jaar na dat eerste bezoek zijn we verhuisd. Dat jaar gebruikten we om ons voor te bereiden. Het was wel even anders in Roemenië. Voor mij was het prima te doen, het ligt wat dichter bij de Nederlandse cultuur dan Brazilië. In het begin hadden we wat moeite met communiceren, vooral Ednilson. Ik versta het Roemeens voor 80 procent. De officiële zaken die we moesten regelen toen we hier net kwamen konden we wel vaak in het Engels, dat hielp. In de winter ligt hier veel sneeuw, daar hebben we de eerste jaren, voor Covid-19, echt van genoten. Schaatsen, sneeuwballen gooien, sleeën… We wonen vlak bij een groot bos, dat is heerlijk.”

Zendeling in Roemenië

sleeën… We wonen vlak bij een groot bos, dat is heerlijk.”

Corona in Roemenië

Ook in Roemenië zit alles op slot door de Covid. “De kinderen hebben thuis les, dat is een uitdaging. Ik kan daardoor niet werken, want de kinderen hebben me nodig. Mijn jongste kind kan niet stilzitten, daarom zit ik bij de kinderen, en ’s middags help ik ze met hun huiswerk. Als de scholen wel open zijn, werk ik bij een project waar we kinderen uit de buurt, vaak van zigeunerfamilies, ’s morgens om zeven uur ophalen. Deze kinderen gaan niet naar school als wij ze niet ophalen. De meeste zigeunerouders vinden het niet belangrijk genoeg dat hun kinderen naar school gaan. Er wordt ook vaak slecht voor ze gezorgd. Ze ontbijten in ons huis en trekken daar hun schoolkleren aan. Ze krijgen hun schooltas mee en dan gaan ze naar school. Na school komen ze weer bij ons, dan helpen we ze met hun huiswerk, mogen ze spelen en daarna gaan ze naar huis. Dat doen we van maandag tot en met donderdag, op vrijdag gaan ze zelf naar school.

Mijn man werkte in Brazilië bij een voetbalschool. Hier in Roemenië werkt hij met daklozen, eenzamen en zigeuners, onder andere in een huis dat Adapost heet. Daar komen mensen die op straat leven, die eenzaam zijn, mensen met een verslaving en mensen met andere problemen. Ze kunnen er douchen, eten, praten, soms Bijbelstudies volgen, maar het is vooral dat deze mensen aandacht krijgen, dat er iemand naar ze omkijkt. Het talent van mijn man is contact maken, zelfs als hij de taal niet kent. Hij weet altijd op een of andere manier de harten van de mensen te bereiken. Dat kan hij met mensen van alle leeftijden. Het is mooi om te zien hoe gelukkig dat hem maakt. Hij werkt nu met veel mannen samen en dat doet hem goed. Hij is er ook van overtuigd dat God ons hier wil hebben. Hij wil wel graag weer een voetbalschool starten, net als hij in Brazilië had.”

Gezinsuitbreiding

Naast de drie eigen kinderen, vangt het gezin nog een meisje op, Andrea*. “De organisatie waarvoor ik werk, haalt kinderen op die thuis amper verzorgd worden. Wij lieten ze douchen, spelen en eten, zodat ze even kind konden zijn. Uiteraard vertelden we hen ook over God. Twee ochtenden per week haalden we Andrea op, samen met nog een meisje en we brachten haar naar school. Andrea’s vader was een periode weg naar Duitsland om daar te werken. Dat betekende dat zij alleen thuis was met haar grotere broers, ze konden eten bij een oom, als er tenminste eten was. Ze kreeg verwaarloosde huidroos, waarvoor ze een behandeling met antibiotica nodig had. Die zou ze thuis niet krijgen, daarom namen wij haar tijdelijk in huis.

'Er is een enorme verandering in haar zichtbaar, wat alles al de moeite waard maakt'

Toen we haar terugbrachten, bleek de oom ook te zijn vertrokken en was er niemand om voor haar te zorgen. Ednilson en ik konden het niet over ons hart verkrijgen om haar achter te laten, dus kwam ze weer bij ons. Uiteindelijk hebben we, met behulp van een Roemeense tolk, met haar vader afgesproken om haar bij ons te laten wonen, want haar vader lukte het niet om voor haar te zorgen. We gaan op visite bij haar vader. Haar moeder woont in Italië, die heeft ze niet meer gezien sinds ze twee was. Ze is nu zeven jaar. Ze noemt ons papa en mama, want ze wil er zo graag bij horen. Ze weet heel goed dat wij niet haar echte papa en mama zijn, maar het is goed dat ze ons papa en mama noemt. Als we het een keer lastig vinden om hier te zijn, zeggen mijn man en ik we ons grootste werk in Andrea zien. Er is een enorme verandering in haar zichtbaar, wat alles al de moeite waard maakt.”

Lees ook: Gods liefde: 13 adoptiekinderen op je 23e

*Vanwege privacy is de naam Andrea gefingeerd