Eva Logo
Huiselijk geweld
8 juni 2021 in Liefde & Relatie

Een van de vrouwen die sociaal werker Kirsten begeleidde werd vermoord

Het zal je maar gebeuren: een vrouw bij wie jij als hulpverlener betrokken was, wordt vermoord door haar ex-partner. Het overkwam maatschappelijk werker Kirsten Regtop. Voor haar - en al die andere slachtoffers van huiselijk geweld - zet Kirsten zich elke dag vol goede moed in: ''Huiselijk geweld móet sneller stoppen.''

“De eerste melding van huiselijk geweld weet ik nog goed: het was op een vrijdagmiddag en ik zat op kantoor. Ik werkte als outreachend hulpverlener in Utrecht, in een team dat werd ingeschakeld als instanties - zoals woningbouw, gemeente of steunpunt huiselijk geweld - zich zorgen maakten en op de gebruikelijke manieren geen contact kregen.

Die middag kwam er een melding binnen waar ik gelijk op af moest. Een zoon zou zijn moeder mishandelen en de politie had hem tijdens een incident uit huis gehaald. Ik vond het enorm spannend. Je hebt alleen een paar regels uit een politiemelding en dus geen idee waar je in terecht komt. Wie zou ik tegenover me krijgen? Zaten ze wel op mij te wachten? En zouden ze mij niet aanvallen? Met het hart in mijn keel en een lijf dat schreeuwde: ‘keer om!’, ben ik toch gegaan. Ik belde aan en een vrouw deed geschrokken open. Maar ik mocht binnenkomen en heb daarna zo’n anderhalf uur met haar gepraat.”

Doorvragen bij huiselijk geweld

In de jaren daarna ben ik nog honderden keren in aanraking gekomen met huiselijk geweld, ook als hulpverlener bij Veilig Thuis. In het begin had ik last van handelingsverlegenheid: ik voelde me ongemakkelijk en vond het lastig om écht te bespreken wat er gebeurd was. Wanneer een slachtoffer zei: ’het valt wel mee’, ging ik daar als hulpverlener makkelijk in mee. Maar als je als hulpverlener al niet durft en deze mensen niet bereikt, dan gaat het geweld door. Het is juist nodig om door te vragen na een voorval, want vaak is het geen incident en komt het geweld vaker voor.”

Grootste nachtmerrie

Dat die hulp ook wel eens te laat komt, heeft Kirsten aan den lijve ondervonden. “Dat is één van de grootste nachtmerries die je als professional kan overkomen. Ik las in de krant dat een van de vrouwen die ik heb begeleid, is vermoord door haar ex-partner. Ik voelde me zó machteloos toen ik dat hoorde. Ik heb gelijk met collega’s gebeld. Gedachtes als ‘had ik maar’ of ‘had ik niet meer kunnen doen om dit te voorkomen?’ gingen door mijn hoofd. Maar ik heb alles gedaan wat ik op dat moment, in mijn positie kon doen.

Destijds ging ik naar haar toe omdat haar man een huisverbod had gekregen. Jeugdzorg ging mee, want er waren ook kinderen bij betrokken. Die kropen gelijk bij mij en mijn collega van jeugdzorg op schoot, terwijl ze ons nog nooit hadden gezien.

Veilig, buiten het bereik van de familie, vertelde het slachtoffer over het fysieke en psychische geweld. Haar man vernederde haar stelselmatig en bepaalde met wie ze wel of geen contact mocht hebben. Daarnaast werd ze geslagen met stokken, waar hun kinderen getuige van waren. Wat het ingewikkeld maakte, was dat ze op het moment van het huisverbod geen lichamelijk letsel had. Er is dan geen bewijs, zodat je objectief constateren wat er gebeurd is. Maar bij psychisch geweld zoekt iemand vaak hulp op het moment dat ze bang zijn dat er iets heel ergs gaat gebeuren.”

         Op dat moment is ze door haar ex-man omgebracht

“We wisten: we moeten haar en haar kinderen hieruit halen. Onder het mom van ‘het huis is te klein om hier langer te blijven’, hebben we haar met haar kinderen naar de vrouwenopvang begeleid. Daarna ben ik er - zoals het hoort - als hulpverlener tussenuit gestapt. Later hoorde ik dat ze met de noorderzon was vertrokken: zonder spullen, financiële middelen of haar kinderen was ze uit beeld verdwenen. Maar ze kwam terug, om de rechtszaak voor de voogdij over de kinderen bij te wonen. Op dat moment is ze door haar ex-man omgebracht. Als ik daaraan terugdenk, voel ik nog steeds de wanhoop die ik destijds in haar ogen zag. Ze zat zo klem in een omgeving met normen die ze maar niet na kon leven. En dan die kinderen, met hun mooie ogen en opgewekte blikken, waar zoveel angst achter verscholen zat.”

Niet alleen mannen

Hen kan ze niet meer helpen, maar Kirsten houdt vast aan haar missie om huiselijk geweld sneller te stoppen. Daarom geeft ze nu trainingen en lezingen over huiselijk geweld. “Het is heel tof om te zien dat mensen die huiselijk geweld meemaakten - als slachtoffer én als pleger - steeds meer op durven te staan en zich uit durven te spreken. Daardoor wordt het taboe al een stuk minder. Ik zou helemaal tevreden zijn als het taboe in de hulpverlening ook verdwijnt, want helaas weten niet alle hulpverleners hoe ze bij huiselijk geweld moeten handelen.”

Er zijn hardnekkige stereotiepe beelden rondom huiselijk geweld

“Zeker als het om psychisch geweld gaat, is er nog een boel onwetendheid. Daarom organiseer ik eind juni een benefietactie, waarin ik samen met andere (ervarings)deskundigen online masterclasses geef. Tijdens die masterclasses leren we hulpverleners en zorgmedewerkers hoe je huiselijk kunt signaleren, hoe je in actie komt en hoe je passende hulp biedt. De opbrengst van de benefietactie gaat naar stichting het Verdwenen Zelf, dat hulp biedt aan slachtoffers van psychisch geweld.”

Die scholing is hard nodig, weet Kirsten. “Er zijn hardnekkige stereotiepe beelden rondom huiselijk geweld. Maar huiselijk geweld komt voor in alle lagen van de bevolking en in allerlei samenstellingen. Denk bijvoorbeeld aan ouderenmishandeling. Daarnaast denkt men bij plegers vaak aan mannen. Mannen plegen inderdaad vaker geweld tegen vrouwen dan andersom en de ernst en impact is vaak heftiger, maar dat wil niet zeggen dat het altíjd mannen zijn. Datzelfde geldt voor slachtoffers: je denkt niet gelijk aan een hoogopgeleide man die als manager werkt. Als zo iemand zijn schaamte overwint en met veel moeite toch hulp zoekt, wordt hij vaak niet geloofd. Daarom blijven mensen vaak met een geheim rondlopen, terwijl er een kans is dat het stopt als ze het wél delen.”

Verschil maken

Dat delen hoeft niet per se met een hulpverlener, maar kan ook met iemand zijn die je vertrouwt. “Je kunt als omstander zeker verschil maken, ook bij vermoedens van huiselijk geweld. Veel mensen weten niet dat de kans dat het geweld vermindert enorm groot is als je laat merken dat je iets hoort of ziet. Misschien denk je ‘waar bemoei ik me mee’, of ‘hoor ik het goed?’ Het is natuurlijk ook superspannend om op iemand af te stappen. Als je niet durft, kun je altijd Veilig Thuis bellen. Zij komen niet gelijk in actie, maar brengen je zorgen wel in kaart en bespreken wat je kunt doen. Ik weet ook dat veel slachtoffers van fysiek geweld hopen dat iemand de politie belt. Ik ken genoeg ervaringsdeskundigen die vertelden: mensen wisten het, maar niemand deed iets.

Durf je er zelf op af te stappen, dan kun je het beste zonder oordeel benoemen wat je hoort of ziet: ‘Ik hoor de laatste tijd steeds vaker dat jullie ruzie maken. Ik ben benieuwd hoe het gaat en of ik iets kan doen.’ Dat maakt dat iemand zich gezien voelt.” Hoe ongemakkelijk ook, Kirsten weet dat het werkt: “Uit ervaringsverhalen weet ik dat er soms niet een, maar wel twee, drie of vier mensen zijn geweest die - voordat zij zelf de stap durfden te zetten om hulp te vragen - aan een slachtoffer vroegen: hoe is het nu met je?”

En dat is waar het voor Kirsten allemaal om draait: “Ik wil dat er meer plekken zijn waar mensen en gezien en gehoord worden. En dat slachtoffers wéten dat ze gezien worden en er mogen zijn. Je verdient het nooit om slecht behandeld te worden.”

Lees ook: Wereldwijd krijgen christenvrouwen het meest met geweld te maken

Fotocredits: Gonda Meurs.