Eva Logo
Vooroordelen
7 juli 2021 in Hoofd & hart

Vooroordelen: Ik ken je niet, maar ik weet precies wie je bent

Elk mens met een open hart tegemoet treden. Het klinkt zó logisch. Toch slagen we er vaak niet in om voorbij onze vooroordelen te kijken. Het lijkt zelfs of we steeds slechter kunnen omgaan met mensen die er een andere waarheid op na houden. Hoe kan dat? En belangrijker: hoe lossen we het op?

Ik heb een buurman. Ik ken hem niet. Maar ik weet precies wie hij is. Denk ik.

In de coronacrisis hingen er ineens zelfgetekende postertjes voor de ramen van deze buurman. “Corona bestaat niet!” stond er. “De regering liegt!” en “Klimaatverandering = hoax!” Nu grinnik ik als ik aan de bewoner denk. Vast een stugge computernerd, die elke nacht diep in de fabeltjesfuik zit. Ik plaats hem (want het moet wel een man zijn, toch?) in het hokje ‘gekkie’, en loop snel verder. Met deze Enge Buurman hoef ik niets te maken te hebben.

Eenmaal thuis voel ik me toch ongemakkelijk. Want waarom heb ik mijn oordeel zo snel klaar? Waarom geef ik hem geen kans? Puur omdat zijn waarheid niet mijn waarheid is? (En is hij überhaupt wel een man?)

Vooroordelen

Na even nadenken kom ik erachter dat ik veel te vaak vooroordelen heb en mensen buitenspel zet, terwijl ik maar weinig van hen weet. Iemand toetert naar me in het verkeer – dat moet een opgepompte aso zijn. Iemand vraagt snauwend of zij er langs mag in de supermarkt – vast een verzuurd oud mens. En dan heb ik het nog niet eens over die ándere wereld waarin ik me veel begeef: social media. Daar is al helemaal geen plaats voor nuance. Wie daar rechts is, kan niet óók voor Black Lives Matter zijn. Wie vegetarisch eet, maar toch vliegt, is een hypocriet. En wie een onpopulaire mening heeft, loopt het risico te worden gecanceld. Het is óf-óf, nooit én-én.

Ontmenselijken

De beroemde auteur Brené Brown waarschuwt dat we tegenwoordig anderen steeds meer ontmenselijken. In haar boek Verlangen naar verbinding schrijft ze dat door de hele geschiedenis heen mensen elkaar hiermee de vreselijkste dingen hebben kunnen aandoen. Denk aan de Jodenvervolging en slavernij. Wie niet als mens wordt beschouwd, hoeft geen menselijke behandeling te krijgen, zo was (en is) het idee. Verschrikkelijk.

Het is bijna niet voor te stellen dat je zelf ook aan ontmenselijking mee zou doen. Maar het is een geniepig proces, zegt Brown. Het begint namelijk al wanneer je iemand in een hokje indeelt en daarna partij kiest. Je verklaart diegene daarmee moreel inferieur: niet de moeite waard om volledig te leren kennen, laat staat om een discussie mee aan te gaan. En het start met taal, met de woorden die we gebruiken om anderen te omschrijven. Als je iemand een ‘gekkie’ noemt, beweer je eigenlijk dat zijn brein minder goed werkt en verklaar je hem minderwaardig.

Ook ik heb de posters van Enge Buurman wel eens doorgestuurd aan vrienden, vergezeld van de tekst ‘Hier woont een gezellige vent’ en een paar ironische emoji’s. Brown is heel duidelijk over dit gedrag. “Als we meedoen aan ontmenselijkende retoriek of ontmenselijkende plaatjes delen, dan zegt dat helemaal niets over de mensen die we aanvallen,” schrijft ze. “Het spreekt echter boekdelen over wie wijzelf zijn en de integriteit van ons handelen.”

Als je iemand een ‘gekkie’ noemt, verklaar je hem minderwaardig

En alsof ik me al niet genoeg betrapt voelde, gaat Brown nog een stap verder. “Als ons geloof van ons vraagt om het gezicht van God te zien in iedereen die we ontmoeten, dan zou dat ook moeten gelden voor de politici, media en vreemden op Twitter met wie we het zo stevig oneens zijn,” schrijft ze. “Door hun goddelijkheid te schenden, schenden we die van onszelf en zijn we ons geloof ontrouw.”

Oef, Brené. Natuurlijk heb je gelijk. Maar het komt wel hard aan.

Wegkruipen

Elk mens met een open hart tegemoet treden. Er is weinig dat me zó vanzelfsprekend in de oren klinkt. Maar het is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Want het liefst loop ik met een grote boog om onzekere situaties heen. Ik kruip veel liever met een boek op de bank dan dat ik Enge Buurman met een bezoekje vereer. En hoe meer nieuws ik kijk en hoe meer meningen ik op social media voorbij zie razen, hoe dieper mijn wegkruipkuil wordt. Ik nestel me helemaal in, als een kat in een kartonnen doos.

In ons dagelijkse bestaan gaat dat wegkruipen een stuk lastiger. Het leven zit vol met drukte op het werk, gezinsleden die aandacht vragen en de stortvloed aan meningen in de media. En in een hutje op de hei gaan leven of een klooster in gaan klinkt romantisch, maar is voor velen van ons toch wat te veel van het goede.

Gelukkig kan wegkruipen ook op kleine schaal. Je doet het ook als je een tijdje offline gaat, je afzondert met muziek of stille tijd houdt. En je doet het elke dag in het kleinste kamertje van het huis: het toilet. Zoals bioloog Midas Dekkers het omschrijft: “Heel de wereld houd je er op afstand met een simpel bordje ‘bezet’. Niemand praat er tegen je.”

En ik denk dat in dat laatste precies de crux zit. Als er iemand tegen me praat, is er een kans dat ik daarop moet reageren. Als ik mijn mening geef, zal ik die moeten verdedigen. En als ik mijn waarheid op tafel leg, zal er altijd iemand zijn die deze er met zijn eigen waarheid vanaf probeert te beuken. Brr, niets voor mij: geef mij maar mijn wollen deken en mijn warme kop thee.

 

Vooroordelen

Moed

Dus ik bel niet aan bij mijn buurman. Ik ben bang voor zijn mening, zijn waarheid. Het voelt als vreselijke aanstellerij, maar volgens Brené Brown is die angst niet helemaal onterecht. “De moed om zo nodig alleen te staan in je familie of gemeenschap of een groep boze vreemden, voelt als een onbeteugelde wildernis,” zo schrijft ze. Die ‘onbeteugelde wildernis’ is tegenwoordig zelfs nog wilder dan vroeger. Dat komt doordat we hebben geleerd dat meningen gepolariseerd horen te zijn. De zin ‘Wie niet voor mij is, is tegen mij’ wordt steeds meer gebruikt, schrijft Brown. En misbruikt.

Bovendien wordt steeds meer van ons verwacht dat we overal een mening over hebben, van de autokleur van de buren tot de overzeese politiek. Ga maar eens bij jezelf na: hoe vaak zeg je in een discussie ‘daar weet ik te weinig van’ of ‘daar kom ik later op terug’? Het kost veel meer moeite om toe te geven dat je iets niet weet, dan om snel even een standpunt in te nemen.

Wie op social media veel woedende reacties leest, is zelf ook geneigd feller te zijn

Social media spelen hierin een belangrijke rol. Volgens een onderzoek van de Universiteit van Exeter maken onlinediscussies ons zelfs bozer dan discussies in real life. Wie onder Facebookposts namelijk veel woedende reacties leest, is zelf ook geneigd feller en onaardiger te zijn. En omdat meestal alleen écht boze mensen reacties achterlaten, lijkt het alsof er in discussies geen plek meer is voor nuance: iedereen roeptoetert maar wat. Het lijkt enkel te gaan om zeggen wat je denkt, niet om luisteren naar wat je hoort.

Kwetsbaarheid

Maar dat is natuurlijk niet hoe het werkt. De wereld bestaat uit nuances, verschillen en dingen die we niet begrijpen. En in die wereld, die van onvoorspelbaarheid aan elkaar hangt, proberen we allemaal controlfreaks te zijn. Dat is niet alleen onmogelijk vol te houden, het is ook gewoon niet realistisch. We kunnen nooit de volledige waarheid over ons bestaan weten, en daarom ook nooit de volledige waarheid over de ander.

Ik vereenzelvig mijn Buurman zo met zijn mening, dat ik vergeet dat hij eerst en vooral een mens is, die uit veel méér dan dat bestaat. Misschien is hij een liefhebbende vader. Heeft hij cavia’s. Houdt hij van gospel. Of is hij een zij, met een strohoed, die’s ochtends de musjes voert.

Als ik hem nooit met een open hart benader, zal ik hem nooit een kans geven

En ook al blijkt hij onaardig, heeft hij meningen die ik niet deel – wat dan nog? Als ik hem (of haar) nooit met een kwetsbaar en open hart benader, zal ik hem nooit een kans geven en zal ik het ook nooit weten.

Dus ik ga het proberen. Ik kruip uit mijn fort en klop op zijn poort, ook al is mijn harnas niet compleet. Gewoon, voor een gesprekje. Mochten we in een discussie belanden, dan zeg ik eerlijk dat ik het allemaal ook niet weet. En misschien wel het allerbelangrijkste: ik vraag hem naar zijn naam. Want, zoals Brown zegt, ontmenselijking begint met taal. En hem Enge Buurman noemen, dat kan dus écht niet.

Een uitgebreide versie van dit artikel verscheen in Eva 3-2021

Lees ook: Column: dit keer werd ik er verdrietig van

Tekst: Robin van Deutekom
Illustratie: Magda Rinkema