
De hobby van de dominee
Leestijd: 3 minDoor Maarten Nota
Een aantal jaar geleden kon je haast niet om dé kookdominee van Nederland heen. Overal dook hij op met zijn Bijbelse kookboeken en workshops. Wie denkt dat het vuurtje onder de smaakvolle hobby van ds. Han Wilmink is uitgedoofd, heeft het mis. “De ideeën blijven borrelen.”
Niet iedere dominee wordt landelijk bekend door zijn hobby, maar ds. Han Wilmink, predikant van de Kruiskerk in Wezep, wel. In 2007 verscheen zijn kookboek Bijbels culinair, dat uitgroeide tot het bestverkochte Bijbelse kookboek van Nederland. Twintig jaar later staat hij nog steeds graag in de keuken. “Mijn twee grote liefdes zijn het gemeentewerk en koken. Door mijn intensieve werk in de kerk beperk ik mijn hobby tot één of twee kookworkshops geven per maand. Dat is prima.”
Zijn aanstaande emeritaat opent nieuwe deuren. “Ik ben gelukkig fit en ga volgend jaar met pensioen. Daarna wil ik me weer volop op het koken storten. Ik blijf gedreven en wil met een sterrenkok nieuwe, verfijnde technieken leren. De ideeën blijven borrelen.”
Komt er dan ook weer een nieuw kookboek van zijn hand? “Er ligt een mooi idee om iets te doen met recepten en vrouwen in de Bijbel. Ik denk eraan om biografietjes te schrijven met recepten die verwijzen naar de boodschap van het verhaal. Voor de rest verklap ik nog niets.”

Goed en lekker eten werd hem als kind al met de paplepel ingegoten. Zo namen zijn ouders hem als jochie mee naar bijzondere restaurants om daar –voor die tijd– exotische smaken uit te proberen. “Mijn ouders zaten echt niet zo dik in de slappe was, maar hadden veel over voor bijzonder eten in luxe restaurants. Zo maakte ik als kind al kennis met chateaubriand of schildpaddensoep met een scheut Madeira-wijn erin.”
Als student trok de in Twente geboren Wilmink eind jaren zeventig naar Amsterdam voor politicologie. Daar flanste hij –voor een appel en een ei– zijn eerste studentenprakjes in elkaar. Zijn fascinatie voor Bijbels koken begon in die tijd, vooral toen hij na twee jaar politicologie overstapte op de studie theologie. “Ik werkte wat uurtjes bij het Joods Maatschappelijk Werk en daar ontdekten ze al snel dat ik behendiger was met een pollepel dan met een stofzuiger. Dus parkeerden ze mij achter het fornuis en mocht ik koosjer koken.”
Vijgen, olijven, matses, lamsvlees, druiven of granaatappels… Alles in de Joodse keuken heeft een symbolische betekenis, ontdekte Wilmink. “Koken en religie horen bij elkaar. Dat vond ik prachtig. Het is jammer dat wij protestanten vanaf de Reformatie zo sterk de nadruk op het woord hebben gelegd. Ik pleit voor een meer zintuiglijke geloofsbeleving en wil mensen graag laten proeven hoe goed de Bijbel smaakt.”
Maar wie denkt dat de dominee alleen maar Bijbels kookt, komt bedrogen uit. “In het begin gebruikte ik alleen ingrediënten die letterlijk in de Bijbel stonden. Je mag gerust zeggen dat ik toen een wat fundamentalistische koker was. Maar inmiddels eet ik van meerdere walletjes. Zo at Jezus geen tomaten en paprika’s, maar ik gebruik die wel heel graag.”

